Nick en Bibi on December 20th, 2011

Over een week gaan we naar Vietnam! We kunnen haast niet wachten. Eerst gaan we nog kerst vieren hier in Nederland met onze familie. Het plan is om alleen naar Noord en midden Vietnam te gaan. Het is daar best fris rond deze tijd, ongeveer twintig graden. Prima weer om te reizen. Je kunt onze verhalen volgen en foto’s bekijken via deze blog. Wordt vervolgd..

Nick en Bibi on December 29th, 2009

Zo de kerst zit er alweer een paar dagen op. (of zijn er mensen die nog stiekem 5de kerstdag vieren? Je weet het nooit tegenwoordig) We hebben ons buikje weer rondgegeten en hebben mooie dagen gehad met de verschillende families. Na wat verwarring over het hoe en wat kwam Rox op kerstavond bij ons eten. We hadden mooie producten gekocht en dat kon dus ook bijna niet misgaan. En mocht het misgaan dan hadden we van te voren al afgesproken wie de schuld zou krijgen. Alhoewel bij het toetje het er wel dik bovenop lag wat er fout was gegaan en door wie… Rox had voor de tarte tatin zich vergist in de verpakking en had ipv het bladerdeeg het taartdeeg gebruikt. Met als gevolg dat we geen tarte tatin hadden, maar een pizza ananas met vanillesaus als desert kregen voorgeschoteld.
Eerste kerstdag stond in het teken van het dessert dat Bibi en ik gingen maken voor bij mijn familie. Het werd uiteindelijk een supermachtige trio. ‘s middags gingen we al naar Baken en later schoven opa, Marijke en de hele familie van Delden bij aan de dis. Wederom supergezellig en heerlijk gegeten.
Tweede kerstdag zouden we voor de familie Altink een balinees kerstdiner maken. Dus trokken we alles uit de kast om in een middag nasi koening, tuna sambal matah, udang goreng, opor ayam, gado gado, urap urap en sate lilit te maken. Gelukkig voor ons geen onbekenden om te bereiden dus tegen alle verwachtingen in viel het hartstikke mee. Voor de sate lilit ging de bbq aan in de achtertuin. Toen Hans kolen ging kopen eerder op de dag bij het pompstation vond de pompbediende het zo mooi dat wij gingen barbekoeien dat hij 1 zak kolen gratis gaf. :) De volgende dag (ja ik bedoel derde kerstdag) hebben we traditiegetrouw gekerstbrunched bij familie van de Berg.

Misschien dat we later nog alle succesrecepten zullen plaatsen of dat Bibi dat op haar eigen site doet. Hier zijn in ieder geval een selectie van de foto’s van onze kerst. Voor het eerst allemaal in RAW geschoten en ik moet zeggen dat de vrijheid die je met RAW hebt met het bewerken van de foto mij wel bevalt. Maar zoals altijd nog een hoop bij te leren…

Tags: ,

Nick en Bibi on October 22nd, 2009

Tags: , ,

De rit naar Pemuteran

Met een pips gezicht kwam Nick vanmorgen vertellen dat er geen Jimny was en dat we een andere ‘normale’ auto zouden krijgen voor onze road trip. Toen we ons er al bij hadden neergelegd en langs het kantoor van de man gingen waar we de auto bij hadden besteld, kregen we te horen dat als we nog een uurtje zouden wachten, er een Jimny ‘vrij’ kwam. Nick was dolenthousiast en dus zaten we even later in Casa Luna te genieten van een heerlijke cappucino, de eerste – en voor Nick de tweede – in twee maanden! Een uurtje later zaten we in onze Jimny op weg naar het Noorden van Bali. Het was druk op de weg, aangezien het de tweede dag was van het heilige feest. Vooral op het bergweggetje naar de tempel met de weerspiegeling stonden we een tijd in de file. Het kon ons verder niet zo veel schelen, totdat we een heel stijl stuk op moesten en onze Jimny het niet meer trok. Onze arme Jimny had te weinig vaart door de file om de berg op te komen en was midden op het stijle stuk afgeslagen. Daar stonden we dan, met onze Jimny op de handrem en we konden geen kant op. Gelukkig kwam er na een tijdje een politieman aangesneld die ons een stukje naar beneden loodste waarna we vanaf een minder stijl stuk konden proberen vaart te maken en de berg op te komen. Godzijdank lukte dat, anders waren we echt in de aap gelogeerd haha. De rest van de rit verliep prima en de kronkelende bergweggetjes vormden een leuk en moeilijk parcour voor Nick. Toch redelijk uitgeput kwamen we aan in Pemuteran, het dorpje van waaruit we het nationale park gaan bezoeken. We reden direct naar het enige hostel uit de lonely planet welke nog enigzins tot de budget hotels behoort. We werden niet heel hartelijk verwelkomd. Alhoewel we vannochtend op de website van het hotel hadden gezien dat een standaard kamer 150.000 roepie was, vroeg het meisje achter haar bureautje 200.000. Wij lieten het hier natuurlijk niet bij zitten, want de kamers waren het ten eerste niet waard, ten tweede is het inmiddels geen hoogseizoen meer, ten derde bleek hun gratis internet kapot te zijn en ten vierde vonden we het hun eigen verdiende loon aangezien ze vertelden dat de prijs al jaren hoger was en het dus nog dommer was dat ze hun website al die tijd niet hebben aangepast en als laatst was ze zo chagrijnig dat wij dan ook zo vervelend worden en niet voor minder in de kamer gaan. Nederlanders kennen een harde leerschool. Ze wilde de kamer uiteindelijk wel voor 150.000 geven als we het maar niet tegen andere gasten zouden zeggen. Het mooiste was nog dat we bovendien alleen maar een continental breakfast mochten ter compensatie van de lagere prijs, alhoewel het indonesische en amerikaanse ontbijt maar 4000 roepie duurder waren, nog geen 30 eurocent! En dan vinden ze toeristen muggenzifters..Na de onderhandeling met het chagereinige indonesische meisje maakten we een afspraak bij de duikschool die aan het hotel vast zat om morgen te gaan duiken in het nationale park. Terwijl de zon onderging en de hemel zich vulde met prachtige kleuren liepen we over het strand, tot aan een hotel waar we niet meer verder konden lopen. Hier vroegen we wat informatie over het nationale park en de spa aan een superaardige jongen achter de receptie, een wereld van verschil met ons eigen hotel. ‘s Avonds aten we barracuda in de warung naast ons hotel waar we overigens een heel apart gerecht op de menukaart vonden, namelijk chicken with sweat en sour sauce, wat ons er bijna toe leidde te vragen aan de serveerster met wiens z’n zweet de saus wordt gemaakt. Twee jongens brachten ons aan het einde van de avond een prachtige serenade aan onze tafel, die speciaal voor ons ‘you look wonderPull tonight’ van Eric Clapton voor ons zong. Het was ontzettend aandoenlijk, vooral omdat de jongen de engelse woorden compleet verkeerd uitsprak, maar desalnietemin wel romantisch.

Duiken en wandelen in Taman Nasional Bali Barat

Na de volgende morgen vol walging de meest vieze pannekoek ooit te hebben gegeten, een soort hele dikke eierkoek met ananas er in, vertrokken we met onze gids Firman richting het nationale park waar we zouden gaan duiken. Met een voor ons luxe bootje werden we naar het eiland gebracht dat bekend staat om zijn mooie koraal. Onderweg konden we Java in de verte zien en zelfs de vulkaan Ijen die wij daar beklommen hebben. Bij het eiland aangekomen, gingen we direct in zee voor onze eerste duik. Er bleek geen woord gelogen over dit eiland, want het koraal was werkelijk prachtig. Het hoogtepunt was toch wel de grote eagle ray die we voorbij zagen ‘vliegen’. Na een heerlijke nasi en wat rust op het eiland gingen we naar onze tweede duikplek, die eveneens erg mooi was. Het leek wel op een prachtige tuin, maar dan onderwater. Terug in het hotel boekten we een gids die ons de volgende dag zou rondleiden in het nationale bos, monsoon forest genaamd. Daarna gingen we eveneens naar het strand om nog maar eens te genieten van de prachtige natuur, al was deze strandwandeling iets minder aangenaam. We zagen namelijk een paar meter verderop een silhouet van een persoon, waarvan we eerst dachten dat het gewoon iemand was die daar zat te chillen. Toen we verder liepen bleek het silhouet een man die zich in het openbaar zat af te trekken, waar ik eigenlijk wel van schrok. Stom genoeg verwacht je niet dat je dit ook kan overkomen op Bali. In het hotel waar we gister zo gezellig hadden gekletst met het aardige personeel namen we een vruchtensap en even later onze eerste pasta en pizza sinds een hele lang tijd. Het was lekker maar viel wel als een bom op onze maag.

‘s Morgens werkten we onze toast – het enige andere wat we konden bestellen naast de vieze pannenkoek – met moeite weg. Achteraf gezien was het misschien maar goed dat we geen amerikaans of indonesisch ontbijt konden krijgen, want de keuken zag er echt heel smerig uit. In de loop van de ochtend namen we eerst een heerlijke massage bij het hotel met het aardige personeel, een heerlijke verwennerij. Compleet ontspannen vertrokken we rond half twee ‘s middags met onze gids naar het mansoon forest, waar hij ons drie uur heeft rondgeleid. Eerst gingen we langs een mangrovebos vol met makaken, wat erg mooi was. Het bos was erg droog en het was erg apart om het pad van de rivier, dat nu droog lag, te belopen. Heel vluchtig zagen we een leguaan en een grote eekhoorn. We waren steeds op zoek naar de black monkeys – we konden er niet echt achterkomen wat de gids hiermee bedoelde, maar we liepen steeds braaf achter hem aan, de berg op, midden door het bos, een weg banend door plaatsen waar duidelijk niet veel mensen komen gezien het ontbreken van een pad. Uiteindelijk vonden we de zwarte apen wel. Ze bleken veel groter dan de zwarte gibbons en het was heel bijzonder om hun lichamen steeds door het bos te zien voorbij schieten. Toen we eenmaal op de trap stonden van een tempel waar we als laatste naar toe zouden gaan, hadden we een prachtig uitzicht over het bos en zagen we in de verte de troep zwarte apen die we beneden hadden gezien van boom naar boom springen. Waarschijnlijk zochten ze een andere weg, aangezien wij hun weg hadden geblokkeerd, aldus de gids. Boven bij de tempel waren een heleboel makaken te vinden die daar op zoek zijn naar eten. De makaken rondom dit soort bezienswaardigheden zijn vaak aggressief, iets wat ze is aangeleerd door de toeristen en zelfs inwoners, die hun eten geven. Onze gids vertelde in de tempel de bekende legende over het ontstaan van de tempel, dat erg leek op het verhaal van romeo en julia. Hij had het in zijn verhaal continu over de ‘frish’, de persoon die de tempel bewaakte, al begrepen we later toen hij het had over ‘fraying’ (praying) dat hij eigenlijk ‘priest’ bedoelde. We vinden het wel erg merkwaardig dat indonesiers de ‘f’ vervangen voor een ‘p’ – zo zeggen ze seapood in plaats van seafood – omdat ze de ‘f’ blijkbaar niet kunnen uitspreken, maar vervangen andersom ook de ‘p’ voor een ‘f’. We zijn er nog steeds niet over uit hoe het kan dat ze beiden letters blijkbaar wel kunnen uitspreken, maar ze de letters continu omdraaien, maar dat is misschien een leuk klusje voor een taalwetenschapper. ‘s Avonds gingen we eten bij Small Warung Nasi, waar we weer ouderwets konden genieten van lekker goedkoop indonesisch eten. Al met al vonden we het park echt prachtig, vooral het duiken, zeker een plek om aan te raden!

Pemuteran – Amed
De laatste ochtend in Pemuteran kregen we gelukkig voor de laatste keer toast geserveerd van het meest onvriendelijke en chagerijnige personaal van Bali en vertrokken we vroeg richting Amed. Van het uiterste puntje in het westen naar het meest oostelijk puntje op Bali. In Lovina dronken we een overheerlijke ijskoffie aan het strand met uitzicht op allerlei zeilbootjes, het ideale vakantiegevoel. Vlak voor Amed besloten we nog een keer de uitdaging aan te gaan met onze Jimny, die we weer de berg opstuurden naar een dorp waar je prachtig uitzicht hadden over de Balinese Oostkust. Weer sloeg de Jimny een keer af op een stijl stuk, maar desalnietemin haalde we na een tweede poging uiteindelijk toch de top. Na het avontuur hadden we wel trek gekregen en aten we nasi bij een warung van een alleraardigst vrouwtje die ons liet zien hoe ze de nasi klaar maakte. Echte Indonesische nasi is niet moeilijk bleek, je moet er gewoon zes verschillende soorten flessen met o.a. kecap manis, sesamolie en andere smaakmakers in doen.
Eenmaal in Amed stopten we bij de Three Brothers, een hotel dat in de lonely planet stond beschreven als een leuk budget hotel aan het strand. Het hotel bleek echter onderverdeeld te zijn tussen de drie broers en bovendien waren de drie nieuwe hotels opgeknapt waardoor de prijzen behoorlijk hoger kwamen te liggen. We wilden eigenlijk eerst doorrijden naar een ander hotel uit de lonely planet, maar besloten toch even aan de overkant te gaan kijken bij een ander hotelletje. Een vriendelijk indonesich meisje vertelde ons dat ze nog wel een kamer had voor 1 nacht, iets wat niet zo handig was gezien we drie nachten in Amed wilde blijven. Ze overtuigde ons dat we de kamer toch even moesten bekijken. De kamer was echt heel mooi voor de prijs die ze er voor vroegen en het was er wel echt uitzonderlijk schoon. Ze zag ons enthousiasme blijkbaar, want ze ging toch nog maar even vragen aan haar baas of er iets mogelijk was. Ondertussen vroeg ze tussen neus en lippen door waar we vandaan kwamen. Belanda? Oh maar haar baas was ook van Belanda! Aha, vandaar dat het zo schoon was! Direct werden we meegesleept naar de eigenaren, een koppel waarvan de vrouw, Ellie, Nederlands was en de man, Ian, Engels. Ze kon ons niets garanderen maar zei dat mogelijk wel iemand weg ging de volgende dag,. Aangezien we ook bij hen konden duiken en de kamer maar 150.000 was en zelfs 100.000 als we ook bij hen gingen duiken – de beste prijs kwaliteit verhouding die we in bali hebben meegemaakt – besloten we toch te blijven. We boekten direct twee duiken bij hen in Tulamben, waar een Amerikaans schipwrak ligt. ‘s Avonds kwam Ellie ons vertellen dat we gelukkig konden blijven, omdat er morgen iemand uit ging checken, dus waren we helemaal happy.

Duiken in Amed
De volgende ochtend konden we eindelijk weer genieten van een lekker ontbijt, een goede bodem voor de trip van vandaag. We bleken samen te gaan duiken met nog een ander Nederlands stel. De jongen van het stel, Johannes, bleek een vriend te zijn van Menno, de broer van Stephanie, echt toeval! In het busje van de duikschool zat nog een heel aardig Duits meisje genaamd Sina die ook met ons ging duiken. Het was al redelijk druk bij Tulamben. We gingen dan ook maar snel het water in. Het wrak bleek heel dicht bij de kust te liggen, dus konden we vanaf het strand met onze spullen de zee in lopen. Het wrak was erg mooi, een heel bijzondere ervaring. We zagen voor het eerste zeeslakken (nudibranches), die echt prachtig neon verlicht zijn diep in de zee. Na de ene kant van het schip te hebben bekeken, moesten we via de andere kant terug naar het strand. De stroming was echter ontzettend sterk en onze gids had dat vergeten te zeggen, dus raakte ik even licht in paniek, omdat ik maar niet vooruit kwam. Gelukkig hielp mijn buddy Nick mij uitstekend ;) en stonden we even later toch veilig doch moe aan de kant. Tijdens de koffie en thee pauze zagen we al hordes toeristen aankomen en we begrepen meteen waarom duiken bij de wrak niet leuk is tijdens het hoogseizoen. Het is nu al bijna kaartje trekken. Na een korte rustpauze gingen we weer het water in en dit keer zouden we door het wrak heen zwemmen, wat ons wel erg spannend leek. De tweede duik was nog veel mooier dan de eerste, omdat we echt door het wrak heen gingen. We hebben veel mooie vissen en prachtige koraal gezien. Aan het einde van de middag gingen we wat drinken met het Nederlandse stel en ‘s avonds hebben we wat met hen gegeten in Bobo’s restaurant. Het was erg gezellig en we hebben lekker gegeten, vooral het toetje was heel lekker. Bobo, de eigenaar, kwam continu vragen of het eten wel lekker was, want de slogan waar hij de toeristen mee naar binnen lokt is namelijk ‘if no good, you no pay’.

De volgende dag zouden we nog twee keer gaan duiken, maar dan hier in Amed. We kregen een andere gids, die ons heel goed informeerde. Voor de eerste duik moesten we een stukje met een ‘small boat’ naar de duikplek varen, aldus onze gids. De boot bleek meer een kano te zijn, maar net groot genoeg voor ons drietjes. De eerste duik zagen we een heleboel nieuwe dingen, zoals barracuda’s en krabben, maar ook nog heel veel andere mooie vissen en een octopus. Op de terugweg zagen we nog een schildpad vanaf de boot. In het uurtje rust kregen we een kop koffie met een koekje – echte hollandse gezelligheid! Na weer een beetje bijgekomen te zijn startten we aan onze tweede duik, waarin we roggen en zeepaardjes gezien – de laatste zijn overigens zo klein en goed gecamoufleerd dat je ze amper kunt zien, maar onze gids zag werkelijk alles, echt super! Midden in onze duik werd ik aangevallen door een ‘triggerfish’, waarvan ik de nederlandse naam niet weet, maar waarvan ik wel weet dat ze behoorlijk aggressief kunnen zijn. Vooral wanneer ze eitjes hebben gelegd en ze vinden dat je te dichtbij hun ‘nest’ komt. Gelukkig was onze gids Made er als de kippen bij en zaten wij 5 minuten lang van een afstand te kijken hoe hij in een onderwatergevecht was met de agressieve triggerfish die het voorzien had op zijn flippers. Na dit toch wel erg spannende intermezzo konden we weer verder en zagen we nog een heleboel mooie vissen en aan het einde van de duik zelfs een schildpad! We waren helemaal blij en keerden met een grote glimlach terug naar het hotel waar onze lunch al voor ons klaar stond. ‘s Middags hebben we lekker gechilled aan het strand onder het genot van heerlijke vruchtensapjes waarna we de avond afsloten met vis en kip in heerlijke ‘sweat en sour saus’. Terug in ons hotel bleek de stroom uitgevallen, maar dat waren we nu wel gewend, dus pakten we onze zaklampjes en wachtten tot weer elektriciteit hadden. Gelukkig hadden we na een uurtje weer stroom, dus licht en een met name belangrijk: een werkende ventilator. Het is hier namelijk wel stervensheet, overdag zo’n 36 graden en het zal mij niet verbazen als het ‘s nachts nog 25 tot 30 graden is. We kunnen er haast niet meer over klagen na 2 maanden, zeker nu de terugkomst naar Nederland nabij is. Nee, geef ons nog maar een paar maanden dit weer!

Nick en Bibi on October 21st, 2009

Tags: , ,

Nick en Bibi on October 21st, 2009

Het was al donker toen we in Ubud werden afgezet door onze chauffeur. Onze tassen waren nog niet eens de auto uit of er stonden al een aantal mannetjes om ons heen met de vraag of we misschien vervoer nodig hadden. We moesten ontzettend lachen om een man die op de stoeprand zat met een geplastificeerd A4tje in zijn handen waar op de voorkant stond ‘you need transport?’ en op de achterkant ‘maybe tomorrow?’ We wilden in eerste instantie gaan lopen, maar we hadden geen idee waar in Ubud we ons bevonden en toen de Amstelveense dames ons vroegen of we met hun taxi mee wilden, lieten we ons dat geen tweede keer zeggen. We besloten even te gaan kijken in het hotel dat onze dorpsgenoten hadden uitgekozen, maar daar was geen kamer meer over dus gingen we op zoek naar een ander hotel. Er bleek een hotel pal tegenover te zitten en daar namen we een kamer. ‘s Avonds vingen we alvast een glimp op van Ubud toen we op zoek gingen naar een restaurant. Eerlijk gezegd wisten onze ogen niet wat ze zagen, want voor het eerst in indonesie zagen we een dorp met charme dat gezelligheid uitstraalt. Overal zijn leuke eettentjes en midden in Ubud is een mooi plein met een paleis en podium waar allerlei optredens bezig waren. We lieten onszelf verwennen in Bumbu Bali, waar Nick de nasi kuning met de Balinese sate lilit uitprobeerde en ik een Indiase vegetarische schotel, waarna ik mezelf nog even liet verwennen met een cardemon cake. Heerlijk!
Aangezien we de eerste avond een hostel hadden gevonden die veel goedkoper was en er hetzelfde uitzag als het hostel waar wij verbleven, besloten we de volgende ochtend eerst te gaan kijken bij nog wat andere hotels die we hadden gezien in de lonely planet. Uiteindelijk vonden we een hotel waar je wat meer waar kreeg voor je geld. Midden in de rijstvelden lag Gayatri 2, een hotel met een allerschattigst binnenplaatsje en kamers met gouden versiersels, geheel in Balinese stijl. Voordat we onze spullen gingen verhuizen liepen we eerst door naar het Honeymoon hotel om informatie te vragen over de kookcursus die je daar zou kunnen volgen. Aangezien het een Hindu feestmaand is, hadden we maar een paar dagen waar we uit konden kiezen en die zaten vol, dus moesten we op zoek naar iets anders. Nadat we onze backpacks hadden verplaatst liepen we naar Bumi Bali, het andere filiaal van Bumbu Bali, waar ze nog wel plaatsen overhadden voor de kookcursus van de volgende dag. Toevalligerwijs werd die gegeven in Bumbu Bali, het restaurant waar we de dag er voor zo lekker hadden gegeten, dus dat beloofde veel goeds. De rest van de ochtend vulden we met het bezoeken van het paleis en een paar tempels in het centrum van Ubud. De paleizen en tempelcomplexen op Bali zijn compleet anders dan dat we voorheen gezien hebben in Indonesie, wat ook niet zo gek is, aangezien dit het land is van de Hindu’s. Om even een zijstraatje in te gaan, heeft dat laatste nog een ander voordeel, namelijk dat we niet meer midden in de nacht wakker worden van de oproep van de moskee voor het gebed. Desalnietemin kunnen we niet uitslapen, want ter vervanging van de moskee worden we ‘s ochtends gewekt door het geluid van de bezem waarmee iedere ochtend het terrein netjes wordt aangeveegd en niet te vergeten, de kakelende kippen. Het paleis, maar ook de tempels, zijn prachtige beeldentuinen en in de maand nog eens extra versiert met prachtige slingers en doeken. Overal liggen offerschaaltjes met bloemen en brandende wierookstokjes die de gehele dag een aangename geur verspreidden. Totaal anders dan de stank die we toch we veel hebben geroken in Indonesie. Bovendien groeit er in en om de complexen allerlei soorten planten en zelfs gras, iets wat we ook nog maar weinig hebben gezien in Indonesie. Deze pracht en praal doet je de toeristen even vergeten. De middag bestond uit het neuzen in winkeltjes, iets waar Ubud geen tekort aan heeft en bovendien verkopen ze ook nog echt mooie dingen. Om de paar winkeltjes vindt je overigens een atelier waar je zowel traditionele als moderne Balinese kunst kunt bekijken. Het enige nadeel van Ubud, of Bali kunnen we misschien wel zeggen, is dat door de vele toeristen we amper nog goedkope warungs kunnen vinden, de restaurant nog veel Westerser koken dan voorheen en sommige restaurants echt heel erg overprised zijn. Desalnietemin zijn er een hoop pareltjes waar je werkelijk waar heerlijk kunt eten. In het bijzonder noem ik hier Casa Luna, maar daarover meer later. ‘s Avonds gingen we naar een dansvoorstelling en ook hier geldt weer dat Bali Java echt overtreft. De vrouwen en mannen zijn prachtig gekleed en opgemaakt (ja mannen ook!) en de dansen worden uiterst geconcentreerd opgevoerd. De dansstijl heeft iets mystieks, vooral wanneer je de ogen van de dansers als in een soort trans vanuit de zijkant naar het midden schieten. Bekaf stortten we ons hierna vroeg in bed, maar wel met een heerlijk gevoel.

Balinese kookles en het ARMA museum

De volgende ochtend zaten we al om 9 uur aan tafel in Bumbu Bali waar we uitgelegd kregen door onze leraars wat ons deze dag te wachten stond. Allereerst zouden we naar de markt gaan waar Wayang ons een overzicht zou geven van de Indonesische kruiden. Wayang betekent overigens ‘eerste kind’. De eerste naam van ieder jongen of meisje geeft aan welk kind zij in de rij van kinderen zijn, oftewel ‘eerste’, ‘tweede’, ‘derde’ etc. De tweede naam onderscheidt de kinderen van elkaar, wat wel handig is. Ik zou dus eigenlijk in Balinese stijl ‘Wayang Bibi’ moeten heten, ‘eerste kind Bibi’, wat overigens hier toch nooit zou voorkomen, want Bibi betekent tante hier (en ja daar wordt je vervolgens de hele vakantie mee dood gegooid, maar ik blijf iedere keer net doen alsof het de eerst keer is dat ik het hoor). Aangezien ik nog even naar het toilet moest en de groep niet op ons bleek te wachten, hebben we eerst tevergeefs een kwartier gezocht naar onze leraar met zijn pupillen in een drukke, overbevolkte markt met verschillende verdiepingen en zijgangetjes. Net wanneer we besloten terug te gaan naar het restaurant, zagen we de groep plotseling bij een kraampje met kruiden staan. Onze leraar liet ons wat kruiden zien, waarna we terug gingen naar het restaurant. We kregen echte kookles. De leraar legde alles uit en kookte alles voor en wij bekeken aandachtig hoe de leraar alle ingredienten bij elkaar voegde, waarna wij het eindresultaat mochten proeven. Hier in Bali gebruiken ze een grote vijzel om alle kruiden te vermorzelen, waardoor je een veel intensere smaak krijgt. De gerechten zijn stuk voor stuk verrukkelijk en ontzettend simpel om te maken. Na de cursus hebben we een museum met traditionele en moderne Balinese kunst bezocht. Vooral de traditionele schilderkunst is heel bijzonder, omdat de schilderijen heel verhalend zijn. Ze illustreren het dagelijks Balinese leven of geven een beeld van Balinese ceremonies en dansen of vormen een stuk uit een episch verhaal. Vanuit het museum wilden we een taxi naar het hotel nemen, maar alhoewel je normaliter de hele dag wordt aangeklampd door taxichauffeurs was er nu geeneen te bekennen. In de Lonely Planet hadden we gelezen dat zich hier in Ubud een van de beste restaurants van Bali bevond, dus besloten we daar vanavond te eten. Helaas stelde de Lonely Planet ons weer eens teleur, want het was werkelijk van geen enkele kant te begrijpen waarom dit restaurant een van de beste zou zijn. Het eten werd opgediend alsof het zo op je bord was gesmeten en de Balinese kip die ik had besteld was kurkdroog en smakeloos. Als een echt verwend Westers meisje vroeg ik om een ander gerecht en zei in mijn Nederlandse oprechtheid op een nette manier dat het niet te vreten was. Gelukkig was de kipcurry wel lekker, desalnietemin was ik inmiddels kotsmisselijk geworden van de sterke drank Arak die ze ons hadden geserveerd in plaats van de rijstwijn die we hadden besteld (Arak is de goedkopere variant van de rijstwijn die wij bedoelde) en was in dat moment in staat de Lonely Planet te verbranden.

Goa Gaja (olifantengrot),

De volgende dag zouden we op een motor de buurt verkennen, ware het niet dat het met bakken uit de lucht kwam. Gelukkig regent het hiet niet de hele dag zoals in Nederland en vertrokken we in de loop van de ochtend op ons scootertje richting de Olifantengrot. Bij elke bezienswaardigheid in Bali stikt het van de toeristen en we waren blij dat we niet in zo’n stomme toerbus zaten, maar ons eigen vervoer hadden. Het enige nadeel van een motor is dat je ontzettend vergast wordt door de vele auto’s, bussen en brommers waarvan velen geen roetfilter hebben. Nick heeft iedere keer een laag zwart vuil op zijn gezicht en nek aan het einde van een dag op de motor. Na de olifantengrot aten we een heerlijke Nasi Kuning bij een verlaten Warung, waarna we de tempel met een heilige waterbron bezochten. Aangezien morgen een van de belangrijkste Hinduistische feestdagen zou plaatsvinden, waren er allerlei families die zich met het heilige water wasten. Ook werden er jerrycan gevuld met het water om mee te nemen naar huis voor de rituelen van morgen. Op de terugweg naar het hotel bezochten we een hele oude tempel. Het tempelcomplex bestond uit enorme rotswanden waar beelden in waren uitgehakt, al geloven de Balinezen dat een reus dit met zijn pink er heeft uitgepulkt. Na deze prachtige tempel waren we zo moe dat we terug gingen naar ons hotel. Die avond gingen we eten bij Casa Luna, een restaurant dat van dezelfde eigenaar is als het Honeymoon hotel waar je kookcursussen kon volgen. Hier hebben we eerst een heerlijke cocktail en milkshake gedronken onder het genot van heerlijk rustgevende muziek. Daarna bestelden we een van de specialiteiten hier, langzaam gegaarde eend. Het duurt ongeveer een dag om dit gerecht te maken, waardoor je het in de meeste restaurants een dag van de voren moet bestellen, maar we hadden het geluk dat de eend vanavond een ‘special’ was. We kunnen niet anders zeggen dan dat de eend verrukkelijk smaakte. Ze maken in Casa Luna ook heel veel verschillende soorten taarten die je als dessert kan bestellen. De chocoladetaarten bleken erg in trek, want tegen de tijd dat ik klaar was voor mijn overheerlijke dessert waren alle stukken al weggekaapt door andere toeristen. Desalnietmin konden we uiteindelijk toch nog genieten van een heerlijk stuk Lemon Crumble voor 50 cent.

Tempels en mooie landschappen

De laatste dag in Ubud maakten we ook een toer met de motor. Nu gingen we richting het Noorden. Eerst bezochten we Pura Ulun Danu Bratan, een tempel die bekend staat om zijn prachtige weerspiegeling in het meer van Bratan, ware het niet dat je deze weerspiegeling alleen ziet als het windstil is. Desalnietemin was het een bijzonder tempelcomplex, omdat het op een eilandje stond vlakbij de oever. Hierna dronken we een bananen -en aardbeienmilkshake – deze streek staat bekend om zijn aardbeien – met een lekkere tosti. Vervolgens vertrokken we weer richting het Zuiden waar we door een van de mooiste rijstvelden van Bali reden. De veruitgestrekte groene sawa’s gelegen in een prachtig berglandschap waren bijzonder om te zien. Als laatste wilde we een tempel, de Pura Taman Ayun, bezoeken die genomineerd is voor de Werelderfgoedlijst en Nick had het leuke idee hier via een idylisch landweggetje naar toe te gaan. Aan het begin van de weg, toen we een man op een scooter vroegen of we op koers zaten, kregen we al te horen dat het een ‘bad road’ was en de man wees met zijn vinger de andere kant op, bedoelende dat we beter de hoofdweg konden nemen. Nick vond het echter leuker de bijzondere weg te nemen, waardoor we even later terecht kwamen in een weg vol keien en modder, als het al een weg te noemen was. Hierdoor reden we wel door schattige Balinese dorpjes, kleine rijstlandschapjes en hebben we onderweg heerlijke sate kambing (geit) gegeten. Aan het einde van de weg kwamen we nog een stoet tegen van kinderen die muziek maakten. Tussen de kinderen in liepen twee mannen onder een soort koeienkostuum dat een speciale naam heeft wat we niet meer weten. Je moet het filmpje of de foto’s maar bekijken, want het is lastig om uit te leggen, maar het was echt bijzonder. Toen we uiteindelijk bij de Pura Taman Ayun aankwamen, was het een drukte van jewelste. Het was natuurlijk de eerste dag van de belangrijkste balinese feestdagen en daarom waren veel Balinese families naar de tempel gekomen. Het tempelcomplex was inderdaad erg mooi, al was het wel jammer dat je het alleen van buitenaf kon zien en niet naar binnen mocht. Uitgeput reden we terug naar Ubud, waar we ‘s avonds weer lekker in Casa Luna hebben gegeten. Die avond speelde er een heel leuk Jazz bandje met een Sumatraanse zangeres. Al direct bij binnenkomst van het restaurant hadden we een chocoladetaartje besteld en maar goed ook, want tegen de tijd dat we ons dessert kregen waren alle andere chocoladetaartjes al op. Wat een vrouw toch al niet doet voor chocola, tsja.. Het was een hele relaxte, gezellig en romantische avond en een goede afsluiter van Ubud. De volgende ochtend beginnen we met een Jimny aan een toer om het eiland, Nick’s droom, zo zegt hij zelf.

Tags: ,

Nick en Bibi on October 13th, 2009

Vanuit Tetebatu gingen we eerst naar de dokter in Mataram om een ‘go’ te vragen voor het duiken, aangezien Nick nog aan de antibiotica was. Althans, dat dachten we. De dokter vertelde ons dat de desbetreffende pillen vitaminepillen waren, dus dat de antibioticakuur al lang afgelopen was. Hij zou ons echter nog wat extra vitaminepillen meegeven en iets tegen het hoesten. Bij de apotheek bleek hij weer een scala aan pillen te krijgen, onder andere antibiotica tegen het hoesten, waar we geen donder van begrepen, want dat was echt niet nodig, maar we vermoeden dat toeristen op deze manier goed gebruikt worden voor het spekken van de kas.

Na een frietje en hamburger te hebben gegeten bij de Mac Donalds, de eerste keer in de hele reis, vertrokken we naar Gili Meno. We namen hetzelfde hotel als waar we eerst hadden gezeten, alleen kregen we nu een mooiere kamer dichter bij het strand voor een betere prijs. Ze hadden immers wat goed te maken. :) Als je in bed lag kan je zo door de ramen naar de zee kijken. We lieten de duikschool meteen weten dat we de cursus af wilden maken en dat was gelukkig mogelijk. ‘s Avonds aten we lekker sate bij ons hotel, waar we een hele mooie maansopgang zagen. We hadden dit beiden nog nooit gezien en het was fantastisch! Een knalrode maan steeg op helemaal vanaf de zeespiegel naar de hemel, echt adembenemend!

De volgende ochtend om 9 uur maakte Nick een vroege duik en kon ik mijn theorie besturen aangezien ik al de eerste duik had gemaakt. Rond 11 uur gingen we samen met Linda, onze instructeur, naar het zwembad op het andere eiland, Gili Air, om de zwembadsessie zo ver mogelijk af te maken. Als eerste moesten we een fitheidstest doen, wat inhield dat we 200 meter moesten zwemmen en 10 minuten moesten drijven in het water. Onze conditie was natuurlijk behoorlijk afgetakeld, maar gelukkig haalden we onze test desalnietemin zonder moeite. Na een heerlijke nasi goreng was het tijd voor de oefeningen in het zwembad. We hebben enorm gelachen, omdat ik door het accent van Linda – ze komt uit engeland – af en toe niet begreep wat ik moest doen.We oefenden o.a. wat je moet doen als je geen lucht meer hebt, hoe je je duikkleding in het water af en aan kan doen, hoe je je duikmasker weer op kunt zetten mocht hij af gaan etc etc. We kunnen niet anders zeggen dan dat we uitstekende les kregen. Aan het einde van de dag zaten we eindelijk romantisch met z’n tweetjes bij zonsondergang te genieten van een cocktail – iets wat we al wilden doen in de week dat Nick ziek werd. Daarna hebben we heerlijk gegeten bij Yaya warung waar de locals zelf ook komen. Het was weer vanouds lekker en goedkoop, maar wel een beetje donker want de stroom was uitgevallen.
De tweede duikdag bestond uit een ochtendsessie in het zwembad, waar Linda ons de laatste skills leerde. Daarna gingen we nog een keer duiken op Hans Reef, de plek van de eerste duik. Na een aantal skills in de zee te hebben geoefend, mochten we de onderzeewereld weer exploreren. ‘s Middags legden we ons theorie examen af, waarna we lekker wat gingen drinken aan de bar met de instructeurs van Blue Marlin. We dronken ons eerste biertje/pina colada (yum!) in drie weken en we hebben enorm gelachen met de duikgidsen Ronnie en Sonnie die niet erg goed bleken te kunnen rekenen. Ronnie bleek de oom van Sonnie te zijn, aangezien Sonnie de zoon was van Ronnie’s broer, maar, let op! Sonnie zou 24 zijn en Ronnie 22, al waren ze wel twee weken na elkaar geboren. Bovendien zou de broer van Ronnie 38 zijn, wat betekent dat hij Sonnie kreeg toen hij 14 was. Dat zou op zich nog kunnen, ware het niet dat Sonnie’s zus 28 was, wat zou betekenen dat de vader van Sonnie 10 was toen zijn eerste dochter werd geboren. Toen we probeerden uit te leggen dat dat wel heel onwaarschijnlijk was, raakte ook Sonnie in de knoop. We vermoeden dat ze eigenlijk niet wisten hoe oud hun familieleden waren, laat staan hoe oud ze zelf waren. We hebben enorm gelachen en de tijd vloog om. Aangezien de alcohol nogal hard aankwam, gingen we toch nog maar even overheerlijke curry eten bij Warung Yaya, waar nu wel elektriciteit was.
De laatste dag maakten we twee duiken, ieder op een andere plek. Het was fantastisch weer en de zee was eindelijk een spiegeltje, zoals het hoort rond deze tijd. Eerst gingen we naar Sunset Reef, een rif dat bekent staat om het roze koraal. Hier hebben we onder andere een cuttlefish, babyhaai en een schildpad gezien. Na een kop koffie op Gili Meno vertrokken we naar onze laatste duikplek, Halik Reef, waar we helaas geen haaien en schildpadden zagen, maar wel heel veel mooie grote vissen in schollen, garnalen, oranje en wit gestreepte clownfishes (zoals Nemo) en een aantal octopussen! Toen we op de boot terug zeiden dat het jammer was dat we geen haai hadden gezien deze keer. Zat een andere duiker ons fronsend aan te kijken. Toen beseften we eigenlijk pas hoe bijzonder het is om tijdens je cursus al op zo’n verschrikkelijk mooie plek te duiken en zoveel verschillende vissen, koralen en etc. te zien. Jammer genoeg zat het er hierna al weer op. Na een douche hadden we onze toeristische plicht vervuld. We hebben namelijk een schildpad vrij gelaten. Om de schilpaddenstand te herstellen is er namelijk een mannetje die de eieren raapt en ze in een beschermde omgeving laat uitkomen en laat groeien. Als ze groot genoeg zijn kan je een donatie doen en een schildpad uitkiezen die jezelf mag vrijlaten. Dit konden we ons natuurlijk niet voorbij laten gaan. Uit het zwembadje koos Nick een schildpad uit, we doopten hem theo en na een fotosessie heeft Nick hem op het strand gezet. Na eerst wat onwennig om zich heen te hebben gekeken begon Theo richting de zee te lopen en werd hij uiteindelijk door de branding meegenomen. Nog 1 keer met zijn kop boven het water om ons gedag te zeggen en daar ging hij. Het was echt supermooi om te zien. De laatste avond gingen we nog een keer de prachtige zonsondergang kijken, maar aangezien de stroom weer was uitgevallen, gingen we maar wat eten aan de andere kant van het eiland waar wel stroom was. Later begrepen we dat de generator waarschijnlijk te oud is, waardoor iedereen op Gili Meno om de beurt stroom krijgt. We hebben heerlijk gegeten bij een warung van een Sumatraanse man, die een verse vis voor ons klaar maakte. Hierna namen we nog een aantal afzakkertjes bij de bar met onder andere Linda, die hier zat omdat het haar beurt was om zonder stroom te zitten en dit pas weer om 11 uur aan zou gaan.

We zijn echt blij dat we weer zijn teruggegaan naar Gili Meno en dat we hier de duikcursus hebben afgemaakt. Omdat we iedereen al kenden van ons vorig bezoek werden we hartelijk ontvangen en was het alsof we in een warm bad werden ondergedompeld. De mensen hier zijn eerst wat stug (dat komt waarschijnlijk door de vele toeristen), maar als je daar even doorheen prikt en in ons steenkolen bahasa met ze probeert te converseren zijn ze zo aardig en vriendelijk. Zonder een praatje kom je er in ieder geval niet vanaf. Toen we met de boot weggingen richting Lombok om naar Bali te gaan, hadden we toch wel een beetje heimwee terug naar Meno.

Op onze reis naar Bali hadden we een tour geboekt die ons helemaal naar Ubud zou brengen. Dat was na een korte berekening even duur als zelf alles regelen dus waarom moeilijk doen als het makkelijk kan. Na de boottocht naar Lombok zaten we met een nederlands meisje en haar moeder in de shuttlebus. Na een tijdje gepraat te hebben vroegen we tussen neus en lippen door waar ze vandaan kwamen. Dat bleek dus Amstelveen te zijn en wel uit Waardhuizen. haha. Na wat navragen bleken we veel gemeenschappelijke mensen te kennen. Jorinde bleek zelfs vroeger met Tom Vos te hebben gehad. Af en toe is de wereld toch klein. Na een saaie ferry tocht van 5 uur kwamen we uiteindelijk aan op Bali. We zullen later jullie hier een update over geven, maar ik kan wel alvast een tipje van de sluier oplichten dat het even slikken was (supertoeristisch en westers), maar dat het hier wel heel leuk en mooi is.

Tags: ,

Nick en Bibi on October 12th, 2009

Van het tempeltje in de buurt bekijken uit de vorige post is niet veel gekomen, want ik trok het al niet meer op het moment dat we weggingen. Gelukkig was er genoeg afleiding in het hotel want de helft was afgehuurd voor een supergroot bruiloftsfeest, waar we het niet konden laten om daar ‘stiekem’ even een rondje doorheen te lopen.
Maar na een aantal dagen te hebben uitgerust in Mataram was ik genoeg op krachten gekomen en vertrokken we naar Tetebatu in het binnenland van Lombok. We regelden een taxi, want gek genoeg was de speciale shuttle bus voor toeristen duurder dan een prive meter (!) taxi. We konden merken dat we bijna een week lang op ons gat hadden gelegen in een hotel want de reis naar Tetebatu, een slechts anderhalf uur durende reis in een prive taxi, was ons al bijna teveel en stiekem lagen we gewoon op de achterbank te slapen.
Tetebatu is een klein dorpje en er zijn maar weinig toeristen te vinden, althans, als je de toergroepen die zo af en toe langs komen niet mee rekent. We reden naar een hostel in de rijstvelden waar we opgewacht werden door een dolenthousiaste jongen die, zodra ik duidelijk had gemaakt dat we wel een kamer wilden, niet wist hoe snel hij naar de receptie moest rennen om een sleutel te halen. Het is hier laag seizoen. We kregen een mooie kamer die uitkeek op de rijstvelden voor nog geen 8 euro per persoon voor een nacht. Helaas kwam Dokon, werknemer en gids van het hotel, ons ‘s avonds vertellen dat hij was vergeten dat de volgende dag een Nederlandse toergroep zou aankomen en we niet in de kamer konden blijven. Gelukkig kregen we een even schattig huisje voor 5 euro per persoon dus hoorden je ons niet klagen. ‘s Avond kwam Dokon ons vergezellen en leerde hij ons twee Indonesische kaartspelletjes, want we hadden wel genoeg van onze eigen spelletjes. Laat ik het zo zeggen, we kenden er maar twee, waarvan beiden niet echt leuk zijn om met twee personen te spelen. Een goede tip voor reizigers: neem nog eens goed de kaartspellen door! We hebben enorm met hem gelachen, vooral toen hij de enorme krekel die in onze kamer rondvloog ving en in zijn portomonnee stopte ( voor later…?!). Het beest bleef gek genoeg stil in zijn portomonnee zitten, terwijl het beest in vrije toestand als een malloot tegen alles opvliegt. Dokon verleidde ons om een toer met hem te doen de volgende ochtend. De tocht zou niet te zwaar zijn had hij beloofd, want Nick was nog niet 100 procent.
De volgende morgen liepen we lekker vroeg met onze gids de rijstvelden in. Balancerend op de randen van de sawa’s leidde Dokon ons naar de mooiste panorama’s. Zo nu en dan liepen we door wat traditionele dorpjes. Deze dorpjes, die gemiddeld uit een stuk of vijf hutjes bestaan zijn erg afgelegen, wat aan de ene kant enorme rust geeft van de drukke straten in Lombok, maar als nadeel heeft dat het erg onbereikbaar is voor bijvoorbeeld medische hulp. Zo kwamen we een gezin tegen waarvan de man ziek was. Hij had waarschijnlijk een of andere infectie opgelopen via een wond die hij had gekregen door zijn werk op het land, maar aangezien de dokter zo ver weg was en hij die overigens ook niet kon betalen, blijft hij maar in z’n hutje afwachten totdat hij weer beter zou wordt. In een aantal dorpen konden we zien hoe ze rijst, cacao of tabak aan het drogen waren. De dorpen bestaan overigens met name uit vrouwen, omdat de mannen in Maleisie werken waar ze vaak een contract hebben voor een aantal jaar. Met het geld dat ze daar verdienen kunnen ze in Lombok een huis maken en trouwen, want een trouwerij kost 1,5 miljoen roepie (150 euro), eigenlijk een bijna onbetaalbaar bedrag voor veel inwoners. Bij een neef van Dokon dronken we na een wandeing van twee uur zoete Lombok koffie in zijn huis. Ondanks dat het huisje een simpele hut was, had het een veel mooiere uitstraling dan de vieze oude huizen in de drukke dorpen. Dokon’s neef, zelf rond de dertig, was getrouwd met een meisje van negentien, iets waar we natuurlijk van opkeken. Het blijkt hier echter de normaalste zaak van de wereld te zijn. Een man kan zich pas rond die leeftijd, als hij een aantal jaar heeft gewerkt in Maleisie, een vrouw veroorloven. Dokon, ook rond de dertig jaar, vertelde later dat hij zelf ook een vrouw had van achtien. Ook vertelde hij ons over de Sasak traditie hier. Niemand steelt, want als je dat doet wordt je door het dorp gelynched. Ook vertelde hij dat de Sasak’s een regel hebben voor jonge stellen die daten. Namelijk, wanneer een jongen zijn meisje niet voor negen uur ‘s avonds terug brengt, moet hij met haar moet trouwen. 1 minuut later en je bent de pineut. We konden het toen amper geloven, maar later op Gili Meno hebben we echt iemand ontmoet die dat is overkomen. Die jongen was met een meisje en zijn nichtje naar wat watervallen in Lombok gegaan en had enorme pech gehad met het transport terug naar huis, waardoor ze allen op Lombok moesten blijven. Terwijl de desbetreffende jongen had geregeld dat de meisjes bij familie konden overnachten en hij netjes in een ander huis sliep, moest hij bij terugkomst op het eiland toch met zijn meisje trouwen. Zelfs de getuigenis van het nichtje kon de arme jongen niet helpen. Nou, daar staan je oren wel even van te klapperen!
We vervolgden onze reis door het Monkey Forest waar we geen apen zagen, maar wel heel veel koriander vonden, heerlijk! De volgende stop was bij een ander deel van Dokon’s familie. We hadden het voorrecht daar te lunchen. De vrouwen maakten voor ons pisang goreng (gebakken banaan) en een paar heerlijke groentengerechten met rijst. We hadden heel wat bekijks van de dorpgenoten die allemaal bij het hek stonden te kijken hoe wij met ons handen alle lekkernijen naar binnen zaten te schuiven.
Na dit laatste intermezzo liepen we nog even door naar twee prachtige watervalletjes, waar je alleen kon komen via een riviertje. Daarna namen we een busje terug naar het hotel. Een half uurtje later stond Dokon’s broer al weer klaar om ons op de scooter mee te nemen naar de handwerkdorpjes. Zo bezochten we een ijzersmid en pottenbakkerij dat hier overigens grappig genoeg ook ‘pottenbakken’ wordt genoemd. Bij het pottenbakken bleken wij weer eens de attractie te zijn in plaats van andersom en werden we meegetrokken naar het badmintonveldje – badminton is een grote sport hier – waar het halve dorp was uitgelopen om ons te zien badmintonnen. Als laatste werden we natuurlijk nog even langs een souvenierswinkeltje gebracht, dat overigens erg interessant was. De man bleek namelijk vechthanen te hebben. Hier in Lombok houden ze wel eens illegale hanengevechten, waar je behoorlijk wat geld mee kan winnen. De hanen krijgen een mes om hun poten gebonden, waarmee ze elkaar kunnen verwonden. Het spreekt voor zichzelf dat de eerste die het loodje legt heeft verloren.

Aan het einde van de dag konden we terug kijken op een heerlijke dag. Anders dan gepland, want de wandeltocht die 2 uur zou duren, duurde uiteindelijk 7 uur, maar het was echt de moeite waard. ‘s Avonds aten we Ayam Pelecing, kip met sambal en lachten onze gids uit voor zijn traditionele outfit die hij speciaal had aangetrokken om de Nederlandse toeristen van de toergroep te laten denken dat ze er altijd zo bijlopen in het restaurant. De volgende morgen had Dokon voor ons een chauffeur geregeld die ons langs Mataram zou brengen en vervolgens naar Bangsal, de havenstad waar we de boot zouden pakken naar Gili Meno.
Meer verhalen en foto’s komen eraan! :)

Foto’s Tetebatu

Tags: ,

Nick en Bibi on October 3rd, 2009

Even een kort berichtje uit Lombok! Iedereen bedankt voor de berichtjes, leuk om te lezen!
Met mij gaat het al beter, de voornaamste zorgen voor mij was de vermoeidheid en duizeligheid, maar dat is al stukken minder geworden. We gaan nu even een tempeltje in de buurt bekijken om te zien hoe ik het trek. Als het goed gaat gaan we morgen weg, want we hebben het hier wel gezien.

Hieronder wat foto’s van het hotel waar we de afgelopen tijd hebben gezeten gedurende mijn ziektebed.

Tags: , ,

Nick en Bibi on October 1st, 2009