Het was al donker toen we in Ubud werden afgezet door onze chauffeur. Onze tassen waren nog niet eens de auto uit of er stonden al een aantal mannetjes om ons heen met de vraag of we misschien vervoer nodig hadden. We moesten ontzettend lachen om een man die op de stoeprand zat met een geplastificeerd A4tje in zijn handen waar op de voorkant stond ‘you need transport?’ en op de achterkant ‘maybe tomorrow?’ We wilden in eerste instantie gaan lopen, maar we hadden geen idee waar in Ubud we ons bevonden en toen de Amstelveense dames ons vroegen of we met hun taxi mee wilden, lieten we ons dat geen tweede keer zeggen. We besloten even te gaan kijken in het hotel dat onze dorpsgenoten hadden uitgekozen, maar daar was geen kamer meer over dus gingen we op zoek naar een ander hotel. Er bleek een hotel pal tegenover te zitten en daar namen we een kamer. ‘s Avonds vingen we alvast een glimp op van Ubud toen we op zoek gingen naar een restaurant. Eerlijk gezegd wisten onze ogen niet wat ze zagen, want voor het eerst in indonesie zagen we een dorp met charme dat gezelligheid uitstraalt. Overal zijn leuke eettentjes en midden in Ubud is een mooi plein met een paleis en podium waar allerlei optredens bezig waren. We lieten onszelf verwennen in Bumbu Bali, waar Nick de nasi kuning met de Balinese sate lilit uitprobeerde en ik een Indiase vegetarische schotel, waarna ik mezelf nog even liet verwennen met een cardemon cake. Heerlijk!
Aangezien we de eerste avond een hostel hadden gevonden die veel goedkoper was en er hetzelfde uitzag als het hostel waar wij verbleven, besloten we de volgende ochtend eerst te gaan kijken bij nog wat andere hotels die we hadden gezien in de lonely planet. Uiteindelijk vonden we een hotel waar je wat meer waar kreeg voor je geld. Midden in de rijstvelden lag Gayatri 2, een hotel met een allerschattigst binnenplaatsje en kamers met gouden versiersels, geheel in Balinese stijl. Voordat we onze spullen gingen verhuizen liepen we eerst door naar het Honeymoon hotel om informatie te vragen over de kookcursus die je daar zou kunnen volgen. Aangezien het een Hindu feestmaand is, hadden we maar een paar dagen waar we uit konden kiezen en die zaten vol, dus moesten we op zoek naar iets anders. Nadat we onze backpacks hadden verplaatst liepen we naar Bumi Bali, het andere filiaal van Bumbu Bali, waar ze nog wel plaatsen overhadden voor de kookcursus van de volgende dag. Toevalligerwijs werd die gegeven in Bumbu Bali, het restaurant waar we de dag er voor zo lekker hadden gegeten, dus dat beloofde veel goeds. De rest van de ochtend vulden we met het bezoeken van het paleis en een paar tempels in het centrum van Ubud. De paleizen en tempelcomplexen op Bali zijn compleet anders dan dat we voorheen gezien hebben in Indonesie, wat ook niet zo gek is, aangezien dit het land is van de Hindu’s. Om even een zijstraatje in te gaan, heeft dat laatste nog een ander voordeel, namelijk dat we niet meer midden in de nacht wakker worden van de oproep van de moskee voor het gebed. Desalnietemin kunnen we niet uitslapen, want ter vervanging van de moskee worden we ‘s ochtends gewekt door het geluid van de bezem waarmee iedere ochtend het terrein netjes wordt aangeveegd en niet te vergeten, de kakelende kippen. Het paleis, maar ook de tempels, zijn prachtige beeldentuinen en in de maand nog eens extra versiert met prachtige slingers en doeken. Overal liggen offerschaaltjes met bloemen en brandende wierookstokjes die de gehele dag een aangename geur verspreidden. Totaal anders dan de stank die we toch we veel hebben geroken in Indonesie. Bovendien groeit er in en om de complexen allerlei soorten planten en zelfs gras, iets wat we ook nog maar weinig hebben gezien in Indonesie. Deze pracht en praal doet je de toeristen even vergeten. De middag bestond uit het neuzen in winkeltjes, iets waar Ubud geen tekort aan heeft en bovendien verkopen ze ook nog echt mooie dingen. Om de paar winkeltjes vindt je overigens een atelier waar je zowel traditionele als moderne Balinese kunst kunt bekijken. Het enige nadeel van Ubud, of Bali kunnen we misschien wel zeggen, is dat door de vele toeristen we amper nog goedkope warungs kunnen vinden, de restaurant nog veel Westerser koken dan voorheen en sommige restaurants echt heel erg overprised zijn. Desalnietemin zijn er een hoop pareltjes waar je werkelijk waar heerlijk kunt eten. In het bijzonder noem ik hier Casa Luna, maar daarover meer later. ‘s Avonds gingen we naar een dansvoorstelling en ook hier geldt weer dat Bali Java echt overtreft. De vrouwen en mannen zijn prachtig gekleed en opgemaakt (ja mannen ook!) en de dansen worden uiterst geconcentreerd opgevoerd. De dansstijl heeft iets mystieks, vooral wanneer je de ogen van de dansers als in een soort trans vanuit de zijkant naar het midden schieten. Bekaf stortten we ons hierna vroeg in bed, maar wel met een heerlijk gevoel.

Balinese kookles en het ARMA museum

De volgende ochtend zaten we al om 9 uur aan tafel in Bumbu Bali waar we uitgelegd kregen door onze leraars wat ons deze dag te wachten stond. Allereerst zouden we naar de markt gaan waar Wayang ons een overzicht zou geven van de Indonesische kruiden. Wayang betekent overigens ‘eerste kind’. De eerste naam van ieder jongen of meisje geeft aan welk kind zij in de rij van kinderen zijn, oftewel ‘eerste’, ‘tweede’, ‘derde’ etc. De tweede naam onderscheidt de kinderen van elkaar, wat wel handig is. Ik zou dus eigenlijk in Balinese stijl ‘Wayang Bibi’ moeten heten, ‘eerste kind Bibi’, wat overigens hier toch nooit zou voorkomen, want Bibi betekent tante hier (en ja daar wordt je vervolgens de hele vakantie mee dood gegooid, maar ik blijf iedere keer net doen alsof het de eerst keer is dat ik het hoor). Aangezien ik nog even naar het toilet moest en de groep niet op ons bleek te wachten, hebben we eerst tevergeefs een kwartier gezocht naar onze leraar met zijn pupillen in een drukke, overbevolkte markt met verschillende verdiepingen en zijgangetjes. Net wanneer we besloten terug te gaan naar het restaurant, zagen we de groep plotseling bij een kraampje met kruiden staan. Onze leraar liet ons wat kruiden zien, waarna we terug gingen naar het restaurant. We kregen echte kookles. De leraar legde alles uit en kookte alles voor en wij bekeken aandachtig hoe de leraar alle ingredienten bij elkaar voegde, waarna wij het eindresultaat mochten proeven. Hier in Bali gebruiken ze een grote vijzel om alle kruiden te vermorzelen, waardoor je een veel intensere smaak krijgt. De gerechten zijn stuk voor stuk verrukkelijk en ontzettend simpel om te maken. Na de cursus hebben we een museum met traditionele en moderne Balinese kunst bezocht. Vooral de traditionele schilderkunst is heel bijzonder, omdat de schilderijen heel verhalend zijn. Ze illustreren het dagelijks Balinese leven of geven een beeld van Balinese ceremonies en dansen of vormen een stuk uit een episch verhaal. Vanuit het museum wilden we een taxi naar het hotel nemen, maar alhoewel je normaliter de hele dag wordt aangeklampd door taxichauffeurs was er nu geeneen te bekennen. In de Lonely Planet hadden we gelezen dat zich hier in Ubud een van de beste restaurants van Bali bevond, dus besloten we daar vanavond te eten. Helaas stelde de Lonely Planet ons weer eens teleur, want het was werkelijk van geen enkele kant te begrijpen waarom dit restaurant een van de beste zou zijn. Het eten werd opgediend alsof het zo op je bord was gesmeten en de Balinese kip die ik had besteld was kurkdroog en smakeloos. Als een echt verwend Westers meisje vroeg ik om een ander gerecht en zei in mijn Nederlandse oprechtheid op een nette manier dat het niet te vreten was. Gelukkig was de kipcurry wel lekker, desalnietemin was ik inmiddels kotsmisselijk geworden van de sterke drank Arak die ze ons hadden geserveerd in plaats van de rijstwijn die we hadden besteld (Arak is de goedkopere variant van de rijstwijn die wij bedoelde) en was in dat moment in staat de Lonely Planet te verbranden.

Goa Gaja (olifantengrot),

De volgende dag zouden we op een motor de buurt verkennen, ware het niet dat het met bakken uit de lucht kwam. Gelukkig regent het hiet niet de hele dag zoals in Nederland en vertrokken we in de loop van de ochtend op ons scootertje richting de Olifantengrot. Bij elke bezienswaardigheid in Bali stikt het van de toeristen en we waren blij dat we niet in zo’n stomme toerbus zaten, maar ons eigen vervoer hadden. Het enige nadeel van een motor is dat je ontzettend vergast wordt door de vele auto’s, bussen en brommers waarvan velen geen roetfilter hebben. Nick heeft iedere keer een laag zwart vuil op zijn gezicht en nek aan het einde van een dag op de motor. Na de olifantengrot aten we een heerlijke Nasi Kuning bij een verlaten Warung, waarna we de tempel met een heilige waterbron bezochten. Aangezien morgen een van de belangrijkste Hinduistische feestdagen zou plaatsvinden, waren er allerlei families die zich met het heilige water wasten. Ook werden er jerrycan gevuld met het water om mee te nemen naar huis voor de rituelen van morgen. Op de terugweg naar het hotel bezochten we een hele oude tempel. Het tempelcomplex bestond uit enorme rotswanden waar beelden in waren uitgehakt, al geloven de Balinezen dat een reus dit met zijn pink er heeft uitgepulkt. Na deze prachtige tempel waren we zo moe dat we terug gingen naar ons hotel. Die avond gingen we eten bij Casa Luna, een restaurant dat van dezelfde eigenaar is als het Honeymoon hotel waar je kookcursussen kon volgen. Hier hebben we eerst een heerlijke cocktail en milkshake gedronken onder het genot van heerlijk rustgevende muziek. Daarna bestelden we een van de specialiteiten hier, langzaam gegaarde eend. Het duurt ongeveer een dag om dit gerecht te maken, waardoor je het in de meeste restaurants een dag van de voren moet bestellen, maar we hadden het geluk dat de eend vanavond een ‘special’ was. We kunnen niet anders zeggen dan dat de eend verrukkelijk smaakte. Ze maken in Casa Luna ook heel veel verschillende soorten taarten die je als dessert kan bestellen. De chocoladetaarten bleken erg in trek, want tegen de tijd dat ik klaar was voor mijn overheerlijke dessert waren alle stukken al weggekaapt door andere toeristen. Desalnietmin konden we uiteindelijk toch nog genieten van een heerlijk stuk Lemon Crumble voor 50 cent.

Tempels en mooie landschappen

De laatste dag in Ubud maakten we ook een toer met de motor. Nu gingen we richting het Noorden. Eerst bezochten we Pura Ulun Danu Bratan, een tempel die bekend staat om zijn prachtige weerspiegeling in het meer van Bratan, ware het niet dat je deze weerspiegeling alleen ziet als het windstil is. Desalnietemin was het een bijzonder tempelcomplex, omdat het op een eilandje stond vlakbij de oever. Hierna dronken we een bananen -en aardbeienmilkshake – deze streek staat bekend om zijn aardbeien – met een lekkere tosti. Vervolgens vertrokken we weer richting het Zuiden waar we door een van de mooiste rijstvelden van Bali reden. De veruitgestrekte groene sawa’s gelegen in een prachtig berglandschap waren bijzonder om te zien. Als laatste wilde we een tempel, de Pura Taman Ayun, bezoeken die genomineerd is voor de Werelderfgoedlijst en Nick had het leuke idee hier via een idylisch landweggetje naar toe te gaan. Aan het begin van de weg, toen we een man op een scooter vroegen of we op koers zaten, kregen we al te horen dat het een ‘bad road’ was en de man wees met zijn vinger de andere kant op, bedoelende dat we beter de hoofdweg konden nemen. Nick vond het echter leuker de bijzondere weg te nemen, waardoor we even later terecht kwamen in een weg vol keien en modder, als het al een weg te noemen was. Hierdoor reden we wel door schattige Balinese dorpjes, kleine rijstlandschapjes en hebben we onderweg heerlijke sate kambing (geit) gegeten. Aan het einde van de weg kwamen we nog een stoet tegen van kinderen die muziek maakten. Tussen de kinderen in liepen twee mannen onder een soort koeienkostuum dat een speciale naam heeft wat we niet meer weten. Je moet het filmpje of de foto’s maar bekijken, want het is lastig om uit te leggen, maar het was echt bijzonder. Toen we uiteindelijk bij de Pura Taman Ayun aankwamen, was het een drukte van jewelste. Het was natuurlijk de eerste dag van de belangrijkste balinese feestdagen en daarom waren veel Balinese families naar de tempel gekomen. Het tempelcomplex was inderdaad erg mooi, al was het wel jammer dat je het alleen van buitenaf kon zien en niet naar binnen mocht. Uitgeput reden we terug naar Ubud, waar we ‘s avonds weer lekker in Casa Luna hebben gegeten. Die avond speelde er een heel leuk Jazz bandje met een Sumatraanse zangeres. Al direct bij binnenkomst van het restaurant hadden we een chocoladetaartje besteld en maar goed ook, want tegen de tijd dat we ons dessert kregen waren alle andere chocoladetaartjes al op. Wat een vrouw toch al niet doet voor chocola, tsja.. Het was een hele relaxte, gezellig en romantische avond en een goede afsluiter van Ubud. De volgende ochtend beginnen we met een Jimny aan een toer om het eiland, Nick’s droom, zo zegt hij zelf.

Tags: ,

1 Comment on Ubud

  1. Felice & Gido says:

    He Bibi & Nick,
    Alweer een paar mooie avonturen op Bali en mooie foto’s. We zijn benieuwd hoe de Balinese kookles is aangekomen. Kunnen we vast een tafeltje reserveren in jullie warung ? Geniet nog lekker de laatste paar dagen op Bali en goede reis voor straks. groetjes, Fe & Gi

Leave a Reply

*