Nick en Bibi on October 1st, 2009

Gili Islands

Vanaf het vliegveld reden we door een idylisch bergweggetje naar Bangsal, de haven vanwaar de boten naar de Gili eilanden vertrekken. Al gewaarschuwd door de lonely planet probeerden we geen aandacht te besteden aan de mensen hier die je zouden vertellen dat de boot niet meer gaat zodat je mee gaat op hun natuurlijk veel duurdere boot. Al direct toen we in de paardenwagen zaten die ons vanaf het taxiplatform naar de haven zou brengen sprong er een jongen op de wagen die ons volgens het boekje vertelde dat de boot niet meer ging en dat er bovendien geen kamers meer over waren op de eilanden. Nu zijn we inmiddels wel gewend aan chauffeurs die je meters achterna lopen om je in hun becak of busje te krijgen en die je een veel te hoge prijs vragen waardoor je vervolgen 5 tot 10 minuten lang staat te onderhandelen in de brandende zon voordat je die verdomde becak, opelet of taxi in kan, maar waar we echt niet tegen kunnen is mensen die liegen. Dus was het eigenlijk voor het eerst dat we, na 2 minuten niet gereageerd te hebben, de jongen toeschreeuwde dat hij nu onmiddelijk moest oprotten en dat we geen behoefte hadden aan zijn informatie. Onmiddelijk stapte de jongen van de wagen af en waren we toch enigzins verbaasd hoe makkelijk we de jongen hadden weggejaagd. We moesten een uurtje wachten totdat de boot ging, maar we vermaakten ons prima met de locals die daar lekker wat zaten te drinken. Alhoewel het waarschijnlijk onterecht is, hebben we af en toe het gevoel dat veel mensen hier de hele dag maar op hun kont zitten, te niksen, te roken en te drinken – geen alcohol overigens. Als Nederlandse vrouw vraag je je soms echt af waarom mensen de tijd niet gebruiken om hun afval en troep op te ruimen, maar we beginnen een vermoeden te krijgen dat dit niet echt een optie is hier. Alhoewel we niet proberen mee te doen aan vervuiling, wordt ons lege cola blikje na meerdere malen vragen om een prullenbak achteloos over de schouder gegooid. Prullenbak? Even later kwam er een jongen bij ons zitten die een leraar bleek te zijn op Gili Meno. Ze hebben daar een lagere school, maar ze hebben bijna geen geld. Ze zijn financieel afhankelijk van particuliere fondsen en donaties, maar nog hebben ze amper geld voor drinkwater. We beloofden hem even te gaan kijken als we er in de buurt waren.
Om 2 uur zaten we in de boot op weg naar Gili Meno. Vanaf nu moet ik ons reisverhaal even opsplitsen in twee delen.

Deel 1:
Denk je een wit bounty strand in met helder blauw water en je hebt Gili Meno! Hier kan je genieten, direct aan het strand eten, zwemmen in helder water, snorkelen en duiken! We namen een hutje in Kontiki hotel, niet aan het strand want die waren al sinds juni vol geboekt, maar desalnietemin hadden we een superleuk en romantisch hutje nog geen 20 meter lopen van het strand. In de namiddag zaten we al lekker op het strand te genieten van het zonnetje en het prachtige uitzicht. We merkten al op dat het behoorlijk waaide. Later kregen we te horen dat normaliter de zee een spiegeltje is, maar dat er zo af en toe een behoorlijk wind waait over de eilanden, net dus nu wij hier zaten. Eigenlijk was het niet zo erg, want door het windje was het ten minste niet zo heet. Het nadeel is dat we de volgende dag al zaten te snotteren en te sniffen. We liepen een rondje om het eiland en vonden aan de noordkant van het eiland allerlei verlaten hotels, waaronder het bounty hotel. Later hoorden we dat deze hotels hadden moeten sluiten vanwege het wegblijvende toerisme door de Bali bom, toch al weer een hele tijd geleden. Het was heel bizar om te zien dat vooral het Bounty hotel er uit zag alsof het zo betrokken kon worden mits er een beetje wordt gestoft en gewassen – de bedden waren nog opgemaakt en de handdoeken liggen al klaar. Later hoorden we dat dit hotel eigendom was van de twee rijkste mannen van Bali en dat ze het weer gaan openen zodra het toerisme weer een beetje aantrekt op de eilanden. In de tussentijd laten ze een aantal personeelsleden alles een beetje in orde houden. Later liepen we door naar de school, maar de jongen die we hadden ontmoet was in de moskee aan het bidden. We namen wel even een kijkje naar binnen en konden ons amper voorstellen hoe kinderen hier les konden krijgen. De klaslokalen bestonden uit een betonnen hok met wat oude banken en tafels en aan de muur hing een schoolbord. We konden zien dat ze – zoals de jongen had verteld – bezig waren een hek om de school te bouwen, gefinancierd door een Europese toerist. Het dorp zag er armoedig uit. Aangezien de mensen hier op dit kleine eiland amper voedsel kunnen verbouwen en geen vers water hebben, moeten ze alles van het vaste land halen en dat is hartstikke duur. Water alleen al kost de bewoners een fortuin. Om die reden zijn alle produkten hier voor de toeristen ook twee keer zo duur. Vijf dagen lang hebben we genoten van de heldere zee en ontbijtjes aan het strand. Ze hebben hier schattige hutjes waar je echt lekker kan loungen terwijl je geniet van je pina colada of gemberthee, want veel alcohol drinken we hier niet.

Deel 2:
Aan het paradijselijke eiland heeft het niet gelegen, maar toch ging het hier mis met onze gezondheid. Nick werd de dag dat we gingen duiken ziek. Ondanks dat ik eigenlijk doodsbang was om te duiken en zat te twijfelen of ik het wel wilde doen terwijl Nick dolgraag wilde duiken, was het uiteindelijk ik die het diepe water in ging en Nick niet. Door zijn verkoudheid kon hij niet in het diepe water in horizontale positie komen, of zijn hoofd knalde uit elkaar. Het duiken was fantastisch. Ik zag een schildpad, een lion fish (geen idee hoe het in het nederlands heet) en superveel tropische visjes. ‘s Avonds bleek Nick over de 39 graden koorts te hebben. Doordat het gepaard ging met hoesten, veel slijm en hoofdpijn gingen we uit van een griepje en nam hij meteen een kuurtje Tamiflu dat we hadden meegenomen. Maar nadat de dag erna de koorts een beetje was gezakt, kwam de hoge koorts weer terug. Op advies van de dokter in Nederland, gingen we daarom de 5e dag ‘s avonds laat nog naar het andere eiland, Gili Trawangan, waar 24 uur dokters beschikbaar zouden zijn. Helaas bleken de drie dokters die elkaar hier afwisselen allemaal in Lombok te zitten. Na de natte reis in het donker op de boot (denk aan een boot met de vorm en grootte van een 4 persoons kano en golfen van 2 meter hoog) naar Trawangan toe hadden we het liefst een boksbal gehad, want we konden er werkelijk niet bij dat net nu wij een dokter nodig hebben, alle 24-uurs dokters er niet zijn, maar voor alle toekomstige toeristen van dit land: Dat is Indonesie! We gingen dus maar weer terug met de boot, die ons ook nog eens 30 dollar had gekost (ter vergelijking, een normale local boat kost 2 dollar), in het pikkedonker en pakten onmiddelijk onze spullen zodat we de volgende dag naar Mataram in Lombok konden gaan.

Mataram

De volgende dag vertrokken we van het eiland en kwamen weer in de stroom van taxichauffeurs in Bangsal. Om je even een idee te geven hoe dit gaat: een taxichauffeur komt op ons af en vraagt ‘waar moet je heen?’. Als wij antwoorden dat we naar Mataram willen, zegt de chauffeur tegen ons dat dit 200.000 rupiah kost, terwijl de rit eigenlijk tussen de 80.000 en 100.000 rupiah zou moeten kosten. De hele weg naar het taxiplatform toe blijft hij achter ons aanlopen, terwijl wij zeggen dat we maximaal 100.000 betalen. Op het taxiplatform aangekomen, probeert de taxichauffeur je te ‘matsen’ door er 120.000 rupiah van te maken, maar wij houden voet bij stuk ‘seratus ribu, tidak rupiah lagi!’. Uiteindelijk gaan we voor 100.000 rupiah de taxi in met een boze chauffeur, omdat hij niks extra’s uit deze ‘buleh’s’ heeft kunnen halen. Afdingen betekent hier minstens de helft er af halen. En waarschijnlijk betaal je dan nog teveel. De taxichauffeur zette ons af bij de verkeerde polikliniek die er werkelijk niet uit zag. We keken een vooroorlogse operatiekamer in en we waren aan de ene kant blij dat dit niet de goede kliniek was, maar ook enigzins bezorgd wat we bij de andere kliniek zouden aantreffen. Uiteindelijk met een andere taxi, die overigens wel een normale vriendelijke chauffeur had, aangekomen bij de goede Risa Kliniek werden we redelijk snel geholpen. Na een bloedtest bleek dat Nick een Salmonella typhi infectie had. De dokter zei dat hij 2 tot 3 dagen in het ziekenhuis moest blijven waar hij dan alleen rijstepap, een gekookt ei en toast zou krijgen. Ik zei tegen de dokter dat ik dit toch echt even met mijn wederhelft wilde bespreken en liep naar de kamer waar Nick tijdelijk even lag te rusten. Ik kon onze grote backpacks die ongeveer de halve spreekkamer innamen gewoon laten staan. Na het overleg was het maar moeilijk de dokter weer te spreken. Wel kon ik de tassen uit zijn kamer halen, want deze zat op slot met de sleutel aan de buitenkant, lekker handig! Ondertussen probeerde ik een kop koffie met suiker te regelen voor Nick, maar dat kon niet volgens de – ik denk – assistente, want we moesten eerst betalen en de medicijnen halen en dan pas konden we koffie krijgen. Ook na herhaaldelijk zeggen dat mijn vriend bijna flauw viel en ik toch echt graag een koffie wilde, bleef zij maar zeggen dat we moesten betalen. Ik deed maar netjes wat de vrouw mij vroeg, maar toen ik terug kwam met de medicijnen bleek de dokter gewoon ‘weg’ te zijn, zoals we al eens eerder hebben gehoord. Hij moest rusten, zei de vrouw. Het was 12 uur ‘s middags en ik kreeg van de vrouw te horen dat de dokters pas terug kwamen om 7 uur ‘s avonds. Ik kon mijn oren niet geloven. We wisten nog helemaal niets over de medicijnen, over wat Nick wel en niet mocht doen, wat hij wel en niet mocht eten, of hij terug moest komen voor controle, niets! Bovendien bleek Nick ineens niet in het ziekenhuis te kunnen blijven om onverklaarbare redenen en gingen we uiteindelijk toch maar op zoek naar een hotel, wat uiteindelijk overigens een veel betere optie was.
Nu zitten we in een lekker luxe hotel in de suite (wij hebben nog nooit in een suite gezeten!) met een hele huiskamer, een bad en openslaande deuren naar een zwembad. ‘s Avonds ben ik lekker naar de Spa gegaan, wat hier een werkelijke verwennerij is. Voor nog geen 20 euro wordt je drie uur vertroeteld en krijg je een voetenbad, lichaamsmassage van ruim een uur, een gezichtsbehandeling van ruim een uur en eindig je uiteindelijk in een heerlijk geurend bad met bloemblaadjes. We kijken hier veel films op het filmkanaal en zitten af en toe bij het zwembad. We laten ons monsterlijk verwennen en bestellen eten via de roomservice, dat we lekker opeten in onze kamer. Zo hopen we dat Nick er weer een beetje boven op komt zodat we nog drie weken lang lekker door Lombok en Bali kunnen reizen! We houden jullie op de hoogte.

Tags: , , ,

Nick en Bibi on October 1st, 2009

Vanochtend werden we opgehaald door de shuttlebus die ons razendsnel naar het vliegveld bracht. Vandaag zouden we met Lion Air vliegen, de vliegtuigmaatschappij die ons zo sterk was afgeraden door onze vriendin van de toko Indo YaYa in Amsterdam. Om een lang verhaal kort te maken: soms moet je niet eigenwijs zijn en vooral luisteren naar mensen die er verstand van hebben.

Alhoewel onze ‘leeuw’ veilig opsteeg, had het wat moeite met landen. Vlak na het bericht vanuit de cockpit dat we zouden gaan landen, hoorde ik een hard geluid dat naar mijn idee van onder het vliegtuig vandaan kwam. Angstig vroeg ik aan Nick of het mogelijk was dat onze wielen nu in de zee waren gestort. Natuurlijk stelde Nick mij als een gentlemen gerust, maar ik zat niet echt rustig op mijn stoel, zeker niet toen ik vanuit het raam de flappen op de vleugel niet zag uitschuiven en het vliegtuig weer opsteeg op het moment dat we bijna gingen landen.
Na 2 rondjes te hebben gevlogen kregen we een bericht vanuit de cockpit. Er waren wat ‘technische problemen’, maar we konden over 5 minuten landen. Aangezien we na deze mededeling nog een rondje vlogen, waren we niet heel erg gerust op het feit dat we over 5 minuten zouden gaan landen. Na 45 minuten rondjes te hebben gevlogen boven Lombok ging het toch echt gebeuren. Het viel ons op dat onze ‘leeuw’ wel erg hard op de landingsbaan afstormde en even later maakte we dan ook een enorm harde landing. Onmiddelijk werden de motoren, naar wat later bleek, vol in z’n achteruit gezet en kwamen we na een lange weg tot stilstand midden op de landingsbaan.
Rechts van ons zagen we ineens allerlei brandweerauto’s – gek genoeg geen ambulances, alhoewel je toch zou verwachten dat als een vliegtuig crasht of in brand vliegt, er gewonden vallen. Toen pas zagen we eigenlijk in dat we door het oog van de naald gekropen waren. Nog niet te vroeg gejuigd echter, want we stonden nog steeds op de landingsbaan en ondergetekende stresskip vroeg zich zwetend af waarom onze godvergeten leeuw niet van de landingsbaan afreed. Het vliegtuig gaf vol gas bewoog en kwam schokkend weer tot stilstand. Nog een paar keer probeerde de piloot op deze manier – wij denken met zijn vleugels – langzamerhand het vliegtuig de baan af te sturen. Toen we eindelijk stil stonden klonk vanuit cockpit een stem die ons vertelde dat er ‘problemen’ waren met het stuurwiel en nog iets anders wat zo snel gemompeld werd dat niemand in het vliegtuig dit verstond.

Eenmaal met onze voeten op ‘veilige’ Lombokse grond konden we nog niet echt beseffen wat er gebeurd was. We zagen dat er enorme rook van de wielen afkwam. We weten niet wat er nu precies aan de hand was, maar we vermoeden dat a. de airbrakes niet goed functioneerde want we zagen er maar 1 half omhoog komen en b. het landingsgestel niet helemaal in orde was en dat het vliegtuig daarom zo hard moest landen, al sluit ik niet uit dat dit ook de schuld kan zijn van een piloot met slechte vaardigheden. Conclusie voor ons is in ieder geval dat wij nooit meer met Lion Air vliegen, al moeten we zwemmen naar de overkant.
Later zouden we van meerdere mensen horen dat Lion Air als een slechte maatschappij wordt beschouwd in Indonesie en dat Merpati de nummer twee maatschappij zou zijn. Grappig genoeg horen we van veel Nederlanders dat ze toch niet met Garuda gaan vliegen, terwijl toch duidelijk in het nieuws is geweest dat deze maatschappij van de zwarte lijst is gehaald. Ons advies in ieder geval, ga af op je normale verstand en laat je vliegen door een arend (Garuda) en niet door een leeuw – wie noemt z’n luchtvaartmaatschappij ook ‘leeuw’, leeuwen kunnen toch niet vliegen?

Tags: ,

Nick en Bibi on October 1st, 2009

Tags: , , ,

Nick en Bibi on September 23rd, 2009

Malang
Alhoewel ons hotel dan wel in een ‘gevaarlijke’ buurt mocht liggen, lag het wel op loop-met-een-hele-zware-backpack-afstand van het station. ’s Ochtends bleek er een misverstand te zijn geweest tussen ons en de gebrekkig engels sprekende receptioniste over het ontbijt, dat ze toch niet serveerden, maar we stelden ons desalnietemin tevree met een Amerikaanse Dunkin donut, het grootste merk hier naast de KFC, CFC (Californian voor de niet bekende lezers) en Mc Donalds.
Wij zijn natuurlijk weer zo handig om de dagen rondom het suikerfeest, idul fitri, te willen gaan reizen, terwijl in de lonely planet duidelijk wordt gewaarschuwd niet tijdens deze feestperiode te reizen, want dan zou je wel eens met een zak rijst op je schoot en een kip in je nek in een overbevolkte trein kunnen eindigen. Uit voorzorg namen we daarom in ieder geval maar de executive (eerste) klas die, naar later bleek, toch ook bomvol zat. Desalnietemin was de reis prima te doen en hadden we nog geen last van rondvliegende kippen of rijstkorrels. In Surabaya moesten we 2,5 uur wachten op de trein naar Malang dus gingen we even lekker decadent in een sterrenhotel gratis wifi-en en een lekkere Westerse sandwich eten. Om 5 uur zou onze trein gaan, dus toen er rond vijfen een trein voor ons neus stond stapten we in en lieten we de treinconducteur onze plaatsen wijzen. Het viel ons al op dat we weer executive zaten, voor nog geen 1,50 euro per persoon en zeiden giechelend tegen elkaar dat we het toch wel goed gedaan hadden met zo’n ontspannen treinreis en dat terwijl we de allerergste verwachtingen hadden in eerste instantie. Vlak voordat de trein vertrok kwam echter een mannetje in uniform de trein in rennen en vroeg aan ons ‘Jakarta?’. Wij schoten overreind, heftig nee schuddend en ‘Malang’ roepend en werden vervolgens nog net op tijd de trein uitgegooid. De trein die wij eigenlijk moesten hebben kwam 5 minuten later en was – wel naar onze a priori verwachtingen – een hete, volle en vieze trein, maar gelukkig duurde de reis maar 2 uur, al hielp de vieze CFC geur van de kipvretende mensen naast ons niet echt mee.
Het hostel van ons bleek vol te zitten, dus het was maar goed dat nick van te voren had gebeld en een kamer had gereserveerd. ’s Avonds gingen we in het duurste hotel van Malang eten, althans naar Indonesische maatstaven dan, want we hadden voor 10 euro per persoon 2-gangen gegeten. We boekten een tour en een vlucht naar Lombok bij de travel agency van het hostel en gingen lekker slapen.

Malang, de tempels en volle busjes
De volgende dag besloten we ’s ochtends om met behulp van het openbaar vervoer twee tempeltjes te gaan bezoeken. We deden dit door middel van verschillende opelets die ik hier even moet beschrijven. Een opelet is een klein busje – en dan moet je denken aan het formaat en inhoud van een surfbusje – met twee stoelen voorin voor de bestuurder en een, twee of drie (opgepropte) passagiers en daar achter een ruimte met aan de zijkanten twee gammele banken. Het eerste tempeltje was klein maar wel mooi. Voordat we naar het tweede tempeltje gingen aten we gauw een kom Bakso – soep met ballen – bij een of ander straattentje. Daarna gingen we op zoek naar de markt vanwaar ons busje naar de volgende tempel zou vertrekken. Een attente politie agent wees ons de markt en al gauw zaten we in een busje met drie medepassagiers. Dat werden er al gauw zes, tien en – terwijl de bus toch echt al propvol zat – eindigden we met zestien (!) mensen op een oppervlakte van 2,5 vierkante meter. Alhoewel Nick zijn edele delen behoorlijk werden afgeknepen, moesten we er natuurlijk keihard om lachen. Jammer dat er geen kippen meegingen, want dan was het plaatje pas echt compleet geweest. De tweede tempel is vooral leuk vanwege de weg er naar toe, al verdient dit een kleine noot. Je loopt namelijk in eerste instantie door hele mooie rijstvelden, echt prachtig, maar zodra je bij de tempel komt, wordt je omringd door hangjongeren en kinderen die wel erg handtastelijk worden. Dus stonden we al snel weer op de weg waar het busje ons had afgezet, met een stel knarsende hersenen die probeerden na te gaan hoe we in godesnaam terug konden komen naar Malang. We liepen maar weer door het dorp de berg af naar beneden en kwamen plots een opelet tegen – zo gaat dat hier – die naar het marktje van Singosari terugging, waarvandaan we weer een opelet naar het busstation van Malang konden nemen. De opelet leek eerst niet te starten, maar nadat onze twee-tandige chauffeur zijn stoel uit de bus trok en even twee draadjes weer aan elkaar draaiden, liep de motor op volle toeren en konden we eindelijk terug naar Malang. Wij raden iedereen aan zo’n dagje in de omgeving in Malang te doen met openbaar vervoer, want dat is echt een must-do in je reis. We lieten ons naar het centrum rijden waar we een vers gebarbecuede (lees: direct op zwarte kolen gebrande) maiskolf verorberden, ondertussen vermakelijk kijkend naar alle prullaria die de verkopers op het plein probeerde te verkopen. We zagen ook een man met een aap in gekke kleding aan een touwtje, die allerlei kunsten moest doen, echt heel erg zielig. We probeerden nog wat andere lekkernijen uit bij de warungs (simpel restaurant) op straat, zoals sate kambing (sate maar dan met geitenvlees) en bapao en liepen door naar Toko Oen, een oud koloniaal pand waar al sinds jaar en dag ijs en pattiserie wordt verkocht. Daar was echter niks van terug te zien en we waren eigenlijk een beetje beledigd toen we zagen dat ze Nederlandse of meer dan Nederlandse prijzen vroegen voor de stroopwafels, janhagels en speculaasjes die waarschijnlijk niet eens smaken zoals ze horen. ’s Avonds gingen we eten in het andere restaurant van het duurste hotel in de stad dat helemaal in het teken stond van de liefde. We kregen een pizza in de vorm van een hart en namen een passioneel dessert die erg zwaar viel, zo na een maand geen dessert te hebben gegeten.

Bromo
Om half 2 ’s nachts werden we opgehaald door onze chauffeur die ons naar Bromo zou brengen waar we de zonsopgang gingen meemaken. We sliepen lekker door in de auto en kwamen om half 4 aan op een donkere koude plek, wel ergens hoog in de bergen begrepen we, samen met horden andere Indonesische toeristen. We dronken een kop koffie en werden door onze chauffeur geloodsd naar het viewpoint, al was er in deze donkerte nog niets te zien, behalve heel veel Indonesiers die nu ook een week vakantie hebben. In het donker probeerde ik te gaan zitten, maar stekeblind door de donkerte en recht in je ogen schijnende zaklampen, viel ik met mijn bips op de grond, keihard op mijn stuitje, met als gevolg dat ik nu niet meer kan zitten en verga van de pijn. Van alles kan je overkomen tijdens het reizen, maar uitgerekend ik moet natuurlijk weer door eigen domme schuld een week lang met stervende pijn lopen, haha! Gelukkig doen de fantastische natuurverschijnselen en aankomende witte stranden je de pijn weer vergeten.
Over het viewpoint kunnen we alleen maar zeggen: ga er zelf heen. Je weet niet wat je ziet. Je staat op een berg boven het wolken/mist-dek en ziet de zon als een parel door het wattendek opkomen. Vervolgens zie je waar je voor gekomen bent: uit de watten stekende prachtige vulkanen, werkelijk adembenemend. Daarna zijn we nog naar de krater van de Bromo gegaan, wat heel erg apart was, niet alleen vanwege de massa toeristen en paarden waarop de toeristen zich naar boven laten brengen, maar natuurlijk ook door de eerste kennismaking met een krater, specifieker nog, een actieve krater. Je zag allerlei zwaveldampen omhoog komen en het geeft je een raar gevoel te bedenken dat deze krater in 2004 nog een eruptie had. Na deze fantastische ervaring gingen we wat ontbijten, nasi met ei, het ontbjit waar we nu wel aan gewend zijn, al moet ik daar een opmerking bij plaatsen. Hoe kunnen die mensen hier zoveel ei eten? In godesnaam, bij alles krijg je ei en in zo ongeveer alle snacks zit ei. We beginnen ons bijna een ei te voelen. Een ding wat je wel moet weten over java en misschien wel andere indonesische eilanden: alhoewel er talloze straattentjes en restaurants zijn waar je echt wel lekkere en traditionele gerechten kan eten, bestaat iedere maaltijd hier uit rijst of noedels, ei en kip en heel soms vis, maar afgekort eigenlijk ei-kip-rijst. Groenten is gewoon en eet men niet, behalve dan af en toe gado-gado, komkommer of nasi pecel (warme gado-gado). Bij Santi waren we al zo verwonderd dat haar enige kookboeken de naam droegen ‘Soto’, ‘Ayam en bebek’ en ‘Telor’, waarin je 101 gerechten kan vinden met respectievelijk soep, kip/eend en ei, maar het begint ons steeds meer duidelijk te worden dat dit toch echt de dagelijkse maaltijd is voor veel Indonesiers. Na de Bromo maakten we een lange autoreis door prachtige landschappen naar het nationale park waar Ijen zich bevindt, de krater met het prachtige meer, waar we morgen naartoe zullen gaan. We waren blij dat we een eigen chauffeur hadden met een goede auto, want met het openbaar vervoer zou de reis verschrikkelijk zijn geweest. De weg in het park zit namelijk voor gaten en op sommige plekken is er niet eens een weg, maar alleen modder/zand en stenen. Het openbaar vervoer op deze weg bestaat uit een middelgrote bus of erger nog vrachtwagen, waar je al dan niet op het dak moet gaan zitten. Voor nog ruigere avonturiers dan ons is dat natuurlijk wel leuk, maar wij dankten Allah op onze knietjes dat we in een 4WD auto zaten. In het hotel werd duidelijk dat de afgelegen dorpen en hotels hier in het park niet zoveel supply kunnen krijgen, want het menu bestond uit gebakken noedels of rijst met een kippenpoot. We hopen een beetje bij te kunnen slapen hier in het hotel met de papieren wanden (lees: je hoort zelfs dat je buren uit hun neus pulken) , want om 5 uur is het weer prime time en gaan we klimmen!

Beklimming van Ijen
Om 5 uur stonden we met alle andere toeristen (met name Fransen) te genieten van een kop thee. Onze chauffeur wees ons er op dat we een ‘roti’ (sandwich) konden pakken, dus snelden we ons naar de receptie waar inderdaad een paar ingepakte sandwiches stonden. Uit het volgende wat ik ga vertellen kun je haastig opmaken waarom we nu veel vaker indonesisch ontbijt nemen. De sandwich bestond uit twee beschimmelde boterhammen (ok dat is niet overal zo, maar bij dit hotel toevallig wel), met gele zure boter (dat krijg je overal, want men bewaard de boter niet in de koelkast) en een spoor van hagelslag. We gingen al kokhalzen bij het aanzicht van de sandwich, dus namen we een pennywafel die we godzijdank de vorige avond nog hadden gekocht bij een aardige Indonesier. Om 6 uur begonnen we aan de klim van Ijen. Het was een behoorlijk zware tocht, 3 km lang met steile hellingen, ondertussen een hoogte bereikend van 2700 meter. Boven aan de top zagen we een enorme krater met een turquoise meer. Het was prachtig mooi, een ware beloning voor de lange tocht. Ook hier geldt weer: je moet er zelf heen, want het valt niet te beschrijven of op foto’s te laten zien. Eenmaal beneden namen we een lekker ontbijtje en begonnen aan de lange tocht naar Surabaya. In de middag hebben we heerlijke vis gegeten bij een strandtentje direct aan zee, wat ons echt het ideale vakantiegevoel gaf. Een nieuwsgierige jongen vroeg ons of wij op ‘honeymoon’ waren en toen wij ‘nee’ antwoordden, of we kinderen hadden. Die vraag hebben we nu al zo vaak gehad, dat we van deze nieuwsgierigheid niet meer opkijken. Om 7 uur ‘s avonds kwamen we eindelijk aan in Surabaya bij het hotel dat we hadden uitgezocht vlakbij de airport. Morgen vliegen we naar Lombok, al waarvandaan we zullen doorreizen naar de gili eilanden!

Tags: , , ,

Nick en Bibi on September 20th, 2009

’s ochtends hebben we lekker een beetje uitgerust en geinternet, want we konden nog niet weg omdat Santi’s man een auto van vrienden ging proberen te regelen. We besloten hier nog een nacht te blijven slapen op uitnodiging van Santi. Even later kwam haar man terug met het bericht dat de ‘meid’ weg was met de auto, dus dat ze geen auto konden lenen. Dus gingen we met hun eigen auto de stad in. Zo lang we maar voorzichtig reden en geen lampen gebruikten zou het goed moeten gaan. In Semarang hebben we gezocht naar de huizen waar Nick’s oma heeft gewoond. Behalve het laatste huis waar ze heeft gewoond, konden we de andere huizen niet vinden. De stad is heel erg veranderd en veel groter geworden, maar ook bestaan sommige huizen niet meer omdat ze bijvoorbeeld verwoest zijn door brand. Toch kregen we wel een indruk van de buurt waarin oma heeft gewoond, dus dat was erg leuk. Alhoewel ook Semarang een beetje ten onder is gegaan door de industrializatie, kun je wel goed zien dat dit vroeger een ontzettend mooie stad heeft moeten zijn met brede lanen en koloniale gebouwen. Overigens hebben ze hier een groot probleem met de afwatering, waardoor delen van de stad voortdurend blank staan. Ze willen nu een ingenieur uit Nederland laten komen om het te verhelpen, wat wel weer een grappig detail is. Na de buurten van oma bezocht te hebben wilden we nog naar haar geboortedorp, maar toen hield de auto er mee op. We hadden al een paar keer moeten duwen, maar nu was het echt afgelopen. Met een opelet sleepten we de auto naar het servicecentrum vlak bij Santi’s huis en gingen vanuit daar verder met de bus wat nog een hele andere ervaring was dan de bussen van voorheen. De kleine minibus waar we in moesten stappen was stampvol en bovendien veel te laag, waardoor wij als grote Nederlanders er niet rechtop konden staan. In indonesie kennen ze trouwens geen bussen die vol zijn. Hier geldt gewoon: proppen, proppen, proppen, met als gevolg dat we gebukt en hutjemutje tergend langzaam naar hun huis reden. Voor de Indonesische mensen in de bus vast een heel grappig gezicht. ’s Avonds gingen we bij hen in de buurt Bebek (eend) eten. Het valt wel op dat veel mensen hier weinig groenten eten, omdat het dus niet zo speciaal is en dat terwijl wij zulke grote groentenliefhebbers zijn. Teruggekomen in Santi’s huis kregen we wat foto’s te zien van de verjaardagen van Santi’s dochter en foto’s van hun tradionele bruiloft die heel erg mooi waren. In de fotoboeken van Santi’s dochter viel vooral de manier van vieren heel erg op. Alle kinderfeestjes worden gehouden of in KFC of Mc Donalds en dan wordt gewoon de hele klas uitgenodigd. Er wordt een grote taart besteld met de mooiste versieringen, soms staat heel Disney Land op de taart!

De volgende dag namen we vroeg afscheid van Santi, haar man en haar dochter. Het was een ontzettend leuke belevenis om eens bij een Indonesisch gezin te slapen. 1 ding is zeker: de meeste Indonesiers zijn super gastvrij. Met de bus gingen we weer richting Semarang waar we verder gingen in de taxi naar ons hotel. Vanuit daar gingen we langs het postkantoor om onze souveniers op de post te doen, maar dat kon niet omdat alles dicht was vanwege het aankomende suikerfeest. We namen toen maar een opelet naar tante Winnie die – zoals we gister al van Santi hadden begrepen – tegenover het straattentje woonde waar we de eerste dag sate hadden gegeten. Ze woonde in een drukke straat, maar eenmaal door de poorten kwamen we in een mooi en net huis. Tante Winnie was ontzettend aardig en we werden ontzettend verwend met allerlei lekkernijen uit de bakkerij. Zij bleek samen met haar man vroeger ook een bakkerij te hebben. Het was een leuke ervaring om een huishouden met ‘meid’ te zien. Rond een uur of 12 bracht Winnie ons naar ons hotel en daarna naar de mall, wat een hele kunst van haar was gezien het drukke verkeer van Semarang. In de mall waren we gauw uitgekeken en namen een opelet naar de straat waar een internetcafe zou zitten die niet meer bleek te bestaan. ’s Avonds aten we eerst een sateetje bij onze vriend en daarna gingen we naar een restaurant uit de lonely planet die – niet heel verwonderlijk – niet meer bleek te bestaan. Handig zo’n lonely planet! We hebben uiteindelijk in een restaurant met z’n 2en alleen maar groenten zitten eten, iets wat de mensen in het restaurant maar raar vonden. Geen sate? ’s Avonds gingen we nog naar een Wayang Orang voorstelling. Die zou om 7 uur beginnen, maar begon uiteindelijk om 9 uur. Desalnietemin hebben we ons kostelijk vermaakt, daar we achter de coulissen mochten kijken naar de spelers die zich aan het opmaken waren. We ontmoette een meisje die lid was van een of andere cultuurvereniging en zi j maakte mij ‘the special guest of the evening’, met als gevolg dat we achter de coulissen mochten meekijken naar de show, op de foto mochten met de spelers en gratis mierzoete koffie kregen. Ze waren zo blij dat er gasten uit het buitenland waren dat we zelfs werden vernoemd in de show. Niet dat wij iets van hun grappen begrepen, maar uit de blikken vanuit de zaal en de woorden ‘Bibi’ en ‘belanda’ konden we wel opmaken dat het over ons ging. Het meisje vertelde dat maar zo weinig Indonesische kinderen nog wat weten over de cultuur en dat de voorstellingen niet meer zo goed bezocht worden dat ze ontzettend veel energie kregen toen ze hoorden dat er toeristen in de zaal zaten. Wat een hartzeer krijg je daar toch van! Ik hoop maar dat door veel initiatieven de cultuur weer wat belangrijker wordt in Indonesie. Na de show werden we nog terug gebracht door de zoon van een man die ook bij de show aanwezig was. Toen hij hoorde waar ons hotel was, moesten we meteen bij hem in de auto stappen, want dat was een ‘gevaarlijke buurt’, alleen maar ‘bad guys’ en mensen van lagere klassen. Wij stapten dus maar in en kregen zo een gratis lift terug naar ons hotel, waar we uitgeput in slaap vielen. Alhoewel Semarang niet veel te bieden heeft voor toeristen, waren het bijzondere 3 dagen in de ‘hometown’ van oma met de ontmoeting van een Indonesisch gezin en tante Winnie.

Tags: ,

Nick en Bibi on September 18th, 2009

Solo

Semarang

Bibi maakt een Batik schilderij

Tags: , ,

Nick en Bibi on September 18th, 2009

Yogyakarta – Solo
Na gisteren waren we zo moe dat we maar niet op gang konden komen vandaag. We hadden dan ook niks op het programma staan, dus sliepen we lekker uit en namen een heerlijk ontbijtje. Het eerste lekkere ontbijt sinds tijden. Ze hadden normale jam en zelfs kaas, al moet je bij die kaas niet aan de Nederlandse kaas denken. In Indonesie gebruiken ze kaas eigenlijk ook niet voor op het brood, maar ze doen het in de geraspte vorm op zoete lekkernijen. Jawel, zo hebben z e broodjes en pannenkoeken met chocola en kaas, banaan en kaas, banaan chocola en kaas. Op zich smaakt het nog best lekker ook. ’s Middags namen we de trein naar Solo waar we twee mensen van Traveler For Traveler (TFT) zouden ontmoeten. Ze hadden ons een hostel aangeraden vlakbij hen in de buurt, maar de becak kon het maar niet vinden. Toen we eindelijk aankwamen bleek het hek dicht, maar toen de jongens van TFT belden deed er een vrouw open. Het hostel vroeg echter veel te veel voor wat je kreeg (dat beginnen we nu wel door te krijgen) en bovendien was het heel ver weg van alle bezienswaardigheden. We belden de jongens van TFT en vroegen hen ons naar het hostel te brengen die we hadden gezien in de Lonely Planet. Omdat we moesten wachten totdat ze klaar waren met eten gingen we zelf ook maar wat eten. Samen met de vrouw van het hostel haalde Nick nasi gudek. Toen de jongens eindelijk kwamen namen ze ons mee naar een soort avondmarkt waar allerlei eetstalletjes stonden met traditionele gerechten. We hebben daar een of ander kokosdrankje gedronken, garnalen in bananenblad geproefd en ‘lekker cake’, een soort pannenkoekje met chocola en kaas of kaas en banaan er in. Erg lekker! De jongens bleken ontzettend grappig en aardig en we hebben echt een ontzettend leuke avond gehad.

Solo
Deze ochtend was een speciale ochtend. Alhoewel Nick al eerder rijst had gegeten ’s ochtends, wat het voor mij de eerste keer dat ik rijst at als ontbijt. Meer uit noodzaak, want het inbegrepen ontbijt was alleen maar Indonesisch, anders moest je weer bijbetalen. Niet dat dat nou zo erg was, maar ik dacht: laten we het gewoon proberen. Nou het viel best mee. We kregen een soort omelet met nasi erin. Wel raar om ’s ochtends vroeg chilipepers in je maag te laten glijden. Ons ochtendprogramma bestond uit het Kraton en het Paleis. Solo is de kleinere en authentiekere versie van Yogya en dat was ook wel te zien. Beiden gebouwen waren echt prachtig. In het Kraton moesten we tradionele kleding aan en onze slippers uit. Je mocht namelijk er namelijk of met schoenen of met blote voeten in, maar niet met slippers of sandalen. We begrijpen het nog steeds niet, maar goed we deden maar netjes onze slippertjes uit, met als resultaat dat we de rest van de dag met zwarte voeten rondliepen. In het Paleis kregen we een hele leuke rondleiding van een gids. Eerst kregen we een demonstratie van de paleisdans en daarna gingen we naar een museum waar alle bezittingen van de royal family ten toon gesteld stonden. Later mochten we zelfs het woongedeelte in waar de prinses en prinsen nog steeds wonen. Dat was wel heel bijzonder. ’s Middags gingen we naar Roti Kecil, waar ze de lempers hadden waar we al een week naar op zoek zijn. Nu met de Ramadan zijn bepaalde dingen niet echt te krijgen, omdat er andere dingen op het menu staan. Na ons buikje rond te hebben gegeten lieten we ons in de becak naar een antiek markt brengen. Dat bleek ook nog een heel avontuur, want de markt bleek verplaatst naar een andere straat. De antiekmarkt viel letterlijk een beetje in het water, want het begon te regenen, voor het eerst sinds APRIL! Het zal wel aan ons Nederlanders liggen, de regen volgt ons gewoon overal haha! De antiekmarkt was superschattig. Er stonden oude kassa’s, oud speelgoed, oude telramen enzovoorts. Ook heel veel prullaria natuurlijk. Uiteindelijk begon het zo hard te regenen dat we maar even gingen schuilen bij een soort overdekt plein. Later bleek dat daar ’s avonds tradionele dansen worden opgevoerd en toen wij daar zaten waren drie meisjes aan het oefenen, dus dat was wel erg leuk. Rond half 4 pikten de jongens van TFT ons op en brachten ons naar de Batik Village, waar we geshopt hebben in winkels met kleding van batik. Hierna gingen we wat eten bij een warung (restaurant) op straat die je anders echt voorbji zou zijn gelopen. Daar zaten we tussen de locals eten te eten wat de locals eten. Fantastisch! Dat is pas lekker eten, niet die vieze troep uit de cafe’s van de lonely planet. ’s Avonds gingen we nog naar een andere batikshop, een hele luxe, maar daarna waren we wel moe en gingen we naar het hotel. We dronken nog een drankje bij het cafeetje vlakbij ons hostel, maar de vrouw was zo chagereinig en deed zo weinig haar best een lekkere gemberthee te maken dat we het gauw hadden gehad daar. Dat was typisch zo’n restaurant die denkt dat als ze in de lonely planet staan, ze niks meer hoeven te doen voor hun gasten. Rond 10en gingen we naar bed, wat nu wel normaal is geworden voor ons, want het leven begint hier ook 2 tot 3 uur eerder dan in Nederland dus ’s avonds ben je gewoon helemaal gesloopt, zeker als je veel bezienswaardigheden hebt bezocht.

Solo – Semarang
Na ons Indonesisch ontbijt gingen we met de taxi naar het treinstation. De trein naar Semarang zou vertrekken van spoor 6, dus zaten we netjes te wachten op spoor 6. De trein zou om 11.05 vertrekken, maar om kwart over was er nog geen trein. Volgens Nick was dat normaal, maar ik dacht, laat ik het toch even vragen. De conducteur zei eerst dat de trein hier inderdaad zou komen, maar na 5 minuten kwam hij aangerend en zei dat de trein van spoor 5 vertrok. Ze roepen hier alle wijzigingen alleen om in het Indonesisch, wat best lastig is als je de taal niet echt spreekt. We zaten dus toch eindelijk in de goede trein op weg naar Semarang toen de trein plotseling stil stond en achteruit ging rijden. Vervolgens reed de trein weer vooruit en plots stonden we weer op het treinstation, op spoor 6. We snapten er niks van, maar moesten er erg hard om lachen. Toen we eindelijk op weg waren werden we plots opgeschrikt door een luide knal. Er bleek een steen door het raam te zijn gegooid, door spelende kinderen aldus een medepassagier. Het raam van de deur was volledig vernield. We keken om ons heen en zagen overal in de trein sterren in de ruiten zitten. Leuk die baldadige kinderen hier, voor je het weet heb je gewoon allemaal glassplinters in je oog of een steen in je nek. Na 3 uur kwamen we in Semarang aan. Weer was het zo ongelovelijk smerig. We reden langs een afvaldumplaats. Volgens het meisje waar we even mee aan de praat raakte werden daar dingen uitgezocht om te hergebruiken. Ik mag niet hopen dat ze dat ook doen met de water- en colaflessen waar wij uit drinken. Bij het station werden we opgehaald door Santi, een ander lid van de TFT. Ze liet ons direct Semarang zien en ze bracht ons naar het huis met duizend deuren. Daar kregen we een rondleiding wat wel erg leuk was. Rond half 6, toen de zon onder ging en het vasten dus gebroken werd, gingen we sate eten op straat met de familie en nog twee andere TFT leden. Nick en ik bestelden ook nog groenten met pindasaus, want de laatste dagen waren de groenten ver te vinden. Volgens de twee jongens uit Solo eten mensen ook alleen groenten thuis, want dat is niet bijzonder. Het was overigens heerlijk en na het eten gingen we zelfs nog even een ijsje eten bij Toko Oen, een oud Hollands restaurant. Vervolgens gingen we naar de mall, waar we bij een winkel van een vriendin van Santi zelf batik konden maken, de stof met patronen die hier gebruikt wordt voor kleding en sjaals e.d. Ik kan je vertellen dat het echt ontzettend moeilijk is en we kunnen dan ook niet begrijpen hoe de mensen het in godesnaam voor elkaar krijgen zulke fijne patronen te maken op een kleed. Eindelijk was de tijd rijp om naar het huis van Santi te gaan waar we nu zitten. Het zijn ontzettend lieve mensen en ik kan je alvast verklappen dat ook dit echt een hele ervaring is (details volgen in NL). Om een tikje van de sluier op de lichten, Nick en ik mogen niet bij elkaar slapen, sterker nog, Nick slaapt in een huis naast het huis waar ik slaap. Ach ja, na een maand samen hutjemutje, kunnen we best een nacht apart slapen, toch?

Tags: , ,

Nick en Bibi on September 15th, 2009

Bogor
Zo vroeg mogelijk vertrokken we uit Jakarta om de onverdraagbare hitte te verruilen voor het koelere klimaat in Bogor. De trein vertrok voor Indonesische begrippen op tijd (drie kwartier later) en binnen anderhalf uur stonden we op het treinstation in Bogor. Meteen werden we geroepen door een school becaks en namen met z’n tweetjes en onze twee grote rugzakken 1 becak, een hilarisch tafereel voor de Indonesiers die niet begrijpen waarom we met onze dikke billen niet gewoon twee becaks nemen. Het was maar een klein end, maar voor onze fietsende chauffeur desalnietemin ontzettend afzien. Hij kwam nauwelijks vooruit, wat natuurlijk te wijten was aan de ruim 180 kilo die hij de berg op moest fietsen. We hadden zo met hem te doen dat we bijna wilde gaan lopen. We werden afgezet bij de losmen die we hadden uitgezocht, een familie hostel en het meest eenvoudige wat je ongeveer kunt krijgen. De familie was uiterst gastvrij en de kamers verbazingwekkend met westers toilet. Geen warm water, maar ach, dan douchen we wel een dagje niet. Na een colaatje waren we klaar voor de beroemde Botanische Tuin van Bogor. Deze tuin is een van de grootste in Zuid-Oost Azie. We wandelden wat door de tuin en gingen wat lunchen bij een heel mooi restaurant met een gigantisch mooie tuin. Je kon hier zelfs poffertjes krijgen. Na een heerlijk vruchtensapje en thaise nasi vertrokken we richting de orchidee tuin waar wel 3000 soorten gehouden zouden worden. De tuin bleek dicht te zijn, dat waren ze even vergeten te melden bij de ingang. In Indonesie krijg je niet vanzelfsprekend alle informatie, alleen als je er naar vraagt. Na een goede pruillip deed het ventje toch maar de tuin voor ons open. Daar bevonden zich geen 3000 soorten, al was ook dit te verwachten, aangezien de buitenkant vaak belangrijker is dan de inhoud. Desalnietemin waren de paar soorten orchideetjes wel mooi. De kruidentuin bleek ook dicht, dus gingen we maar naar het paleis, die helaas OOK dicht bleek te zijn. De grootste bloem van de wereld die Bibi zo graag wilde zien was nergens te bekennen, maar de bloem bloeit dan ook maar eens in de drie jaar. Een klein detail. Sja, waarom zou je aan de ingang vertellen dat alles dicht is en de grootste attracties er niet zijn, want dan gaan er natuurlijk ook geen toeristen naar binnen. We zagen een donkere lucht aankomen en aangezien het in Bogor maar 2 dagen in het jaar droog is, hadden wij het vermoeden dat dit buitje niet zomaar over zou gaan. We lieten de tuin voor wat het is en gingen naar een cafeetje naast ons hostel waar ze Heineken op het menu hadden staan, maar zoals we al hadden kunnen verwachten was die natuurlijk uitverkocht. Dan maar een lekkere grote Bintang (Indonesisch biertje die de naam ‘ster’ draagt) en een verse ijsthee. Een pakje kaarten erbij en we hebben ons kostelijk vermaakt. ‘s Avonds gingen we wat eten in een restaurantje om de hoek waar we plots werden gevraagd door een jongen met een regenjas aan of we les wilden geven. Een beetje beduusd door deze vraag om 9 uur ‘s avonds, stelde de jongen ons direct gerust door ‘de leraar’ alles te laten komen uitleggen. Na een klein overleg besloten we mee te gaan en dit bleek het leukste uitje ooit. We kwamen aan bij een soort schooltje waar ze allerlei cursussen geven. Wij moesten een uurtje Engelse les geven aan 17-jarigen werd ons verteld. Toen we de klas binnen kwamen werden we verwelkomd door een stuk of 20 vrolijke meisjesezichten met hoofddoekjes om. We moesten in een soort bank gaan zitten en de meisjes moesten ons vragen stellen. Ze maakte onnoemelijk veel grapjes en bij ieder grapje lachte de hele klas mee. De meisjes waren echt zo ontzettend leuk. Ze stelden ons allerlei vragen over het leven in Nederland, ons eigen leven en ze hebben wel twee keer gevraagd of we niet bang waren voor terrorisme. Toen we weg gingen kregen we nog een pakketje met lekkernijen mee als dank. Het was een hele leuke ervaring.

De Puncak Pas
Na een pannenkoek gebakken door de vrouw des huizes werden we om 8 uur opgehaald door onze chauffeur. Eerst reed hij ons samen met een gids naar een poppenfabriek, waar ze speciale poppen maken voor allerlei Indonesische voorstellingen zoals Ramayana. Het bleek een familiebedrijf te zijn waarin vader de voornaamste rol speelt. Hij hakt alle lichaamsdelen van de pop uit een stuk hout waarna de andere werknemers verder gaan met het verven en het maken van de kleding. De zoon vertelde ons dat zijn vader vroeger altijd naar de poppenvoorstellingen ging en vooraan ging zitten, waar hij goed de poppen na kon tekenen. Nadat hij alle schetsen had verzameld, heeft hij eerst 3 jaar lang op aardappelen geoefend, alvorens hij de figuren uit het hout ging snijden. Hij heeft geen voorbeelden, behalve zijn eigen schetsen en maakt alle figuren uit zijn hoofd, en dat zijn er in het verhaal van de Ramayana maar liefst 120 unieke figuren. Het was heel leuk te zien hoe de poppen werden gemaakt en kochten dan ook twee poppen voor onszelf die ze naar Nederland zullen verschepen. Terug in de auto vertelde de gids ons over ziekte in Indonesie. Als men hier ziek is, gaat men niet direct naar de dokter of het ziekenhuis, maar proberen ze zich te genezen met de natuur, zooals verschillende soorten kruiden en bladeren. Bijvoorbeeld het Guave blad helpt tegen diarree en zo is er nog veel meer. Hij vertelde eerder al dat veel Moslimse vrouwen hier nog een alternatief anticonceptiemiddel gebruiken, namelijk een bepaald blad, Sereh genaamd (geen citroengras, je spreekt het uit als sirreg), dat er voor zou zorgen dat de baarmoeder heel droog wordt (of iets dergelijks) en er geen vrucht kan nestelen. Het is heel interesant en apart om te zien hoe andere mensen denken over ziekte en hoe alternatief de geneeskunde hier nog soms is.
We gingen verder met onze chauffeur, want de gids hadden we eigenlijk helemaal niet ingehuurd, maar ging alleen mee naar de poppenfabriek als extraatje. We reden richting de Puncak Pas die zoals beschreven in boeken vol is gebouwd met hotels en restaurants. Op een gegeven moment kwamen we echter in een open natuurgebied en zagen de theeplantages opdoemen. We stopten bij de theefabriek Gunung Mass waar we eerst stopten bi jde theepluksters. Een van de vrouwen ging geposeerd bij een theestruik staan en zei dat ze net zou doen of ze thee plukt en dat wij dan een foto mogen maken. Dat was een beetje jammer, want spontane foto’s zijn natuurlijk veel leuker. Later bleek ook dat ze er natuurlijk geld voor wilde hebben. Aan de chauffeur gevraagd wat normaal is om te geven, maar toen de vrouw het geld in ontvangst nam begonnen de andere vrouwen ook te klagen dat zij geld wilden hebben. Echt jammer dat sommige plekken hier al zo verpest zijn door het toerisme. De fabriek bleek dicht en een mannetje vertelde ons dat we wel naar binnen konden, maar voor 70.000 roepie per persoon, terwijl de entree slechts 10.000 zou moeten zijn. Godzijdank kwam er een Nederlands stel met gids aanlopen die de fabriek in ging. Dus wij snel er achter aan en binnen bleek dat we veel minder hoefde te betalen en dat iemand ons zelfs ging rondleiden. De rondleiding was heel leuk en informatief. We reden verder naar het meer ‘van vele kleuren’. Het bleek een nietszeggende plas water en er was een heel survivalpark omheen gebouwd zodat ze weer extra entreegeld konden vragen. Er stond in de Lonely Planet dat er wel zon nodig was om de verschillende kleuren te zien, maar eigenlijk geloofden we er helemaal niks van dat dit plasje daadwerkelijk zo speciaal zou zijn. Desalnietemin was het landschap dat vol stond met theestruiken wel erg mooi. Het panorama restaurant was niet noemenswaardig en als we heel eerlijk zijn kunnen we concluderen dat de Puncak pas leuk is om doorheen te rijden, maar verder geen bijzondere attracties heeft en eigenlijk een beetje verpest is door het toerisme. In Bandung aangekomen leken we net terug te zijn in Jakarta. Het verkeer was niet door te komen en eigenlijk hadden we toen al besloten dat we niet in Bandung gingen blijven. Daarom boekten we een hotel 1 minuut van het station vandaan zodat we de volgende dag vroeg de trein konden pakken naar Jogjakarta.
Treinreis naar Jogjakarta
Om 8 uur stonden we op het perron en bleken niet de enige Nederlanders te zijn. We zaten lekker Executive class met airco en daar waren we erg blij mee, want voor het eerst hadden we normale beenruimte en was het rustig in een openbaar vervoersmiddel. Nou ja, behalve de luidruchtige Chinezen die achter ons zaten, al rochelend en luid telefonerend. De treinreis was fantastisch. Vooral in het begin reden we door de mooiste landschappen van rijstvelden en bergen. Later zagen we veel meer bebouwing en kon je weer goed zien hoe dichtbevolkt Java is. Iedere keer als we stopten bij een station of wissel, waren we zo dankbaar dat we eerste klas zaten want in de tweede klas kwamen allerlei kinderen aan het raam hangen, bedelend voor geld en bovendien kwamen er allerlei verkopers met prullaria binnen die al gillend door het treinstelsel liepen om duidelijk te maken wat ze verkochten. Het klinkt misschien bot, maar na bijna een maand in Indonesie wordt je soms wel een beetje moe van het bedelen. Aangekomen in Jogja liepen we fluitend langs alle becaks die ons al bijna niet meer aansproken omdat we zo standvastig en hard doorliepen. Heerlijk! We gingen direct naar Bladok, op aanraden van Roelof (dank!) en dit bleek een heel leuk hostel met zwembad en hele mooie kamers. Het is vrij Westers, zowel de toeristen (veel Nederlanders, Belgen en Fransen) en de menukaart, maar dat zijn veel dingen hier in Jogja, zouden we later merken.

Jogjakarta
De eerste dag hebben we Jogja zelf verkent. Het is een leuke stad met veel mooie bezienswaardigheden. We hadden een becak voor de hele dag genomen voor nog geen 3 euro. In het Kraton kregen we een rondleiding van een hele leuke gids, een superschattig vrouwtje waar we ontzettend mee gelachen hebben. Daarna gingen we naar het waterpaleis en de vogeltjesmarkt, waar allerlei vogels te koop zijn. We zagen daar hele rare kuikens, waarvan de vacht felgekleurd was met blauw, roze, geel enz. Een beetje zielig eigenlijk. ’s Middags regelden we een scooter voor de volgende dag om naar de Borobodur en Pramban te rijden. Hierna gingen we op aanraden van een Amerikaan die hier al een maand zat, eten bij een tentje waar ze heerlijk Indonesisch eten hadden. Als je het niet had geweten zou je het tentje makkelijk voorbij lopen, want van buitenaf ziet het er niet bijzonder uit. Het is jammer dat in de Lonely Planet bijna alleen maar Westerse restaurants staan en ik denk dat als je het eten van Jogja wilt leren kennen je beter de Lonely Planet even links kan laten liggen en de locals kunt vragen waar je het beste kunt eten. Hierna gingen we naar een voorstellingen met de Wayang poppen. We konden het niet echt volgen en het duurde twee uur, maar het was echt een hele leuke ervaring. De muziek is prachtig en de poppen zijn heel mooi. Hierna liepen we terug via de hoofdstraat, waar we een lokaal gerecht hebben geprobeerd, Gudek. Het is een soort gerecht met Jackfruit (wat dat ook moge zijn), kokos en nog wat andere dingen. We zaten bij een tentje op straat waar we lekker met ons handen, zoals de Indo’s dat ook doen, hebben gesmuld van dit bijzondere gerecht. Zeker de moeite waard! En we hebben niet eens diaree gekregen ;) . Hierna gingen we gauw slapen, want de volgende dag zouden we om 4 uur op staan om bij zonsopkomst bij de Borobodur te zijn.
De volgende ochtend hadden we ons verslapen, maar gelukkig niet te veel. In een kwartiertje kleedden we ons aan en vertrokken we op de scooter richting Borobodur. Het is echt gek om te zien wat een bedrijvigheid er op straat is rond 5 uur ’s ochtends. Dat komt natuurlijk ook door de Ramadan. We kwamen rond zessen aan bij de Borobodur waar het heerlijk rustig was. De tempel was prachtig, vooral zo vroeg in de ochtend. In de verte zag je mistige bergen en de vulkaan Merapi wat een ontzettend mystiek gevoel gaf. We keken ons ogen uit, wat prachtig dat mensen dit zo hebben kunnen maken!
Na deze bijzondere belevenis gingen we even wat koffie drinken waarna we nog langs een andere kleine boedistische tempel reden die erg mooi bleek te zijn. Vervolgens reden we naar Kaliurang, een plaatsje aan de voet van de Merapi waar we eerst heerlijk hebben gelunched bij een hostel. Hierna gingen we het park aan de voet van de vulkaan in, maar de man had ons al verteld dat we in de velige zone moesten blijven, want er was activiteit gezien en ze verwachtte een dezer dagen een erruptie (geen grote hoor, maar de lava komt wel tot een bepaalde grens waar je dus niet kan komen). Het was een leuke tocht naar het uitzichtpunt alleen konden we de top van de vulkaan niet echt zien door de bewolking. Als laatste op het programma stonden de tempels van Prambanan. Het was echt een goed idee dat we op de scooter zijn gegaan, want zo konden we via een hele leuke alternatieve route – door prachtige rijstvelden – naar de tempels rijden. Rond zonsondergang kwamen we bij de Hindu tempels aan. We besloten een gids te nemen en dat bleek een goede keuze. Weer hadden we een fantastisch leuke gids die ons haarfijn alles uitlegde over de tempels. Prambanan bestaat uit wel 240 tempels, maar een hoop zijn verwoest door de aardbevingen en kunnen nog niet opgebouwd worden door gebrek aan geld en gebrek aan vakkennis. Een paar van de grote tempels werden gerenoveerd, omdat ze schade hebben geleden door de aardbeving van een paar jaar geleden. Weer werden we overmeesterd door een mystiek gevoel, helemaal omdat de tempels er zo prachtig bij lagen tijdens de zonsondergang. In het park waren nog meer tempels, waaronder ook boedistische tempels en de gids liet ons die ook nog zien alhoewel het park eigenlijk al dicht was. Aan het eind van de dag hebben we gegeten bij ViaVia, een Belgisch restaurantje waar we toch weer Indonesisch hebben gegeten. Gek genoeg hebben we echt geen trek in friet, pasta of een stuk vlees, maar alleen maar in rijst. Toen we na een tocht van 16 uur terugkwamen in ons hostel konden we terugkijken op een fantastische dag en vielen we uiteindelijk rond tienen uitgeput in slaap.

Tags: , ,

Nick en Bibi on September 15th, 2009

Yogyakarta

Borobodur, Merapi Vulkaan en Prambanan

Wayang Kulit

Tags: , , ,

Nick en Bibi on September 15th, 2009

Jakarta

Bogor

Puncak Pas

Tags: , , , ,